Artikel:

Mogelijkheden tot aftrek van hypotheekrente ná overlijden

30 maart 2021

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 29 januari 2021 een opmerkelijke uitspraak gedaan omtrent vooruitbetaalde hypotheekrente over de periode na overlijden. In dit artikel gaan wij nader in op dit arrest en de mogelijke gevolgen voor u.

Casus

Erflaatster heeft in 2012 een woning gekocht en voor deze aankoop was zij een geldlening aangegaan. Op 4 januari 2014 is erflaatster overleden. Op dezelfde dag heeft zij de hypotheekrente voor geheel 2014 vooruit betaald. Haar erfgenamen stelden dat de vooruitbetaalde rente in zijn geheel aftrekbaar is voor de inkomstenbelasting in 2014. De inspecteur stelde echter dat slechts 4/365e deel aftrekbaar is. Het Gerechtshof achtte de hypotheekrente niet aftrekbaar voor zover het gaat over de periode na overlijden, omdat na overlijden geen sprake meer zou zijn van een eigenwoningschuld. De Hoge Raad oordeelt echter anders. De rente is volgens de Hoge Raad wel degelijk volledig bij de overleden belastingplichtige in 2014 aftrekbaar. De betreffende woning en schuld waren immers tot het moment van overlijden haar eigen woning en eigenwoningschuld. Het kan volgens de Hoge Raad niet de bedoeling zijn dat vooruitbetaalde rente, die enkel gaat over het jaar van overlijden, zelf niet in aftrek kan worden gebracht, terwijl vooruitbetaalde rente die ziet op andere belastingjaren wél in het jaar van overlijden in aftrek mag worden gebracht.

Evaluatie

De uitspraak van de Hoge Raad is verrassend, omdat de Hoge Raad zich niet alleen baseert op de huidige wettekst. De Hoge Raad gaat uit van een redelijke wetstoepassing. Het is de vraag of de Hoge Raad in dit arrest de huidige wetgeving niet te zeer oprekt. Met als gevolg dat de wetgever nu (mogelijk) aanleiding ziet de wet aan te passen.

Mogelijkheden voor u

Ondanks dat deze uitspraak zeer verrassend is, lijken de gevolgen in de praktijk beperkt. Er dient cumulatief aan verschillende voorwaarden voldaan te zijn om van deze uitspraak te kunnen profiteren:

  • De betreffende belastingplichtige moet alleenstaand zijn op het moment van overlijden.
  • Belastingplichtige moet de hypotheekrente van zijn eigenwoningschuld vooruitbetaald hebben (feitelijk in het zicht van overlijden) in het jaar waarin hij of zij overlijdt en deze rente moet zien op het jaar zelf.
  • Er moet toestemming zijn van de kredietverstrekker om de hypotheekrente daadwerkelijk vooruit te mogen betalen. Banken zijn vaak wat terughoudend hierbij.
  • Er moet genoeg box 1 inkomen zijn in het jaar zelf of in voorgaande jaren om de aftrek te kunnen effectueren.

Als aan bovengenoemde voorwaarden is voldaan, is het nog maar de vraag of daadwerkelijk van deze hypotheekrenteaftrek geprofiteerd kan worden.  De betreffende woning kan bijvoorbeeld in het jaar zelf nog verkocht worden. Een kredietverstrekker zal dan de teveel betaalde rente terugbetalen. Het zou logisch zijn als deze terugbetaling belast is. De wet is hierover op dit moment niet duidelijk.

Meer informatie

Wij verwachten dat de gevolgen voor u naar aanleiding van het besproken arrest relatief klein zullen zijn. Er moet immers aan een aantal voorwaarden worden voldaan wil er überhaupt een voordeel te behalen zijn. De uitspraak gaat ook alleen over situaties waarbij de belastingplicht in enig jaar eindigt door overlijden. Voor vragen kunt u contact opnemen met uw BDO-adviseur.