Artikel:

Kabinet wil lenen van eigen BV beperken

06 maart 2019

Op 5 maart 2019 is een conceptwetsvoorstel gepubliceerd waarin het lenen van de eigen BV door een DGA aan banden wordt gelegd. Deze regeling moet in 2022 ingaan. Er komt een heffing op schulden aan de eigen BV als die schulden in totaal hoger zijn dan € 500.000.

Inhoud conceptwetsvoorstel

Met dit conceptwetsvoorstel, genaamd ‘Wet Excessief lenen bij eigen vennootschap’, wil het Kabinet het bovenmatig lenen bij de eigen BV tegengaan. Men wil hiermee belastinguitstel en belastingafstel door hoge leningen bij de eigen BV in de toekomst voorkomen.

De heffing zal niet alleen gaan gelden voor DGA’s, maar voor alle aanmerkelijkbelanghouders. Een persoon is aanmerkelijkbelanghouder (ab-houder) bij een aandelenbezit van 5% of meer in een aandelenvennootschap. Als de ab-houder een fiscale partner heeft, wordt de heffing verdeeld over de ab-houder en zijn partner. Als de ab-houder een schuld heeft bij verschillende BV’s waarin hij een aanmerkelijk belang heeft, worden die bedragen bij elkaar opgeteld. Leningen van deze BV’s aan bepaalde familieleden van de ab-houder (onder meer kinderen, ouders, grootouders, kleinkinderen) worden ook meegeteld.

Voor zover het totaalbedrag aan leningen op 31 december 2022 meer bedraagt dan € 500.000, wordt dit in 2022 belast bij de ab-houder en zijn fiscale partner. De heffing wordt elk jaar herhaald, waarbij een bedrag dat in een jaar al is belast niet in het daaropvolgende jaar nogmaals wordt belast. Technisch gebeurt dit door het maximumbedrag van € 500.000 te verhogen met de eerder belaste bedragen. Als de schuld bijvoorbeeld op 31 december 2022 € 700.000 bedraagt, wordt in 2022 € 200.000 (€ 700.000 -/- € 500.000) belast tegen een tarief van (vermoedelijk) 26,9% (heffing: € 53.800). Als vervolgens de schuld op 31 december 2023 € 800.000 bedraagt, wordt in 2023 € 100.000 (€ 800.000 -/- € 700.000) belast.

Uitzondering voor eigenwoningschulden

Alle soorten schulden vallen onder de maatregel, dus ook rekening-courantschulden. Leningen die als eigenwoningschuld kwalificeren, tellen echter niet mee. Dan moet de BV wel een hypothecair zekerheidsrecht ter zake van de lening hebben. Deze laatste voorwaarde geldt niet voor op 31 december 2021 bestaande leningen die als eigenwoningschuld kwalificeren. Van belang hierbij is dat niet alle hypothecaire schulden vanzelf ook eigenwoningschulden zijn. Om als eigenwoningschuld te kwalificeren gelden specifieke fiscale regels. Een lening die bijvoorbeeld is besteed voor de verwerving van verhuurd vastgoed valt daar niet onder, ook al is hiervoor hypothecaire zekerheid verstrekt.

Ruime werking

Er zijn regels die ontwijking van de heffing moeten voorkomen. Zo valt ook een lening van de BV die via een ander loopt onder de maatregel en zijn zelfs leningen bij een bank soms ‘besmet’. Dat laatste is bijvoorbeeld het geval als de BV garant staat voor de banklening omdat de aanmerkelijkbelanghouder de lening niet ‘op eigen kracht’ van de bank had kunnen betrekken.

Meer informatie

De nu gepubliceerde regeling betreft een conceptwetvoorstel dat ‘ter consultatie’ is vrijgegeven op de website van de overheid. Het is raadzaam om de schuldpositie bij de eigen BV tijdig tegen het licht te houden. Onze belastingadviseurs kunnen u helpen zo goed mogelijk rekening te houden met deze aangekondigde heffing.