Artikel:

Informatie Belastingdienst over woonplaatsverklaring is onjuist

27 februari 2019

Vanaf 1 januari 2019 wordt ten aanzien van de toepassing van heffingskortingen bij de verloning onderscheid gemaakt tussen de volgende groepen werknemers/uitkeringsgerechtigden:

  • inwoners van Nederland;
  • inwoners van andere EU-landen, Liechtenstein, IJsland, Zwitserland of een BES Land (landen uit de landenkring);
  • inwoners van een land dat niet onder de bovenstaande landen valt (een derde land).

Vóór 1 januari 2019 werd dit onderscheid niet gemaakt. Dit vanwege het feit dat iedereen die onder de loonbelasting viel, per definitie recht had op het belastingdeel van de heffingskortingen. En iedereen die geheel of gedeeltelijk verzekerd is voor de volksverzekeringen, geheel dan wel gedeeltelijk recht had op het premiedeel van de heffingskortingen.

Wijzigingen per 1 januari 2019

Vanaf 1 januari 2019 is dit anders. Vanaf deze datum hebben alleen inwoners van Nederland recht op het belastingdeel van de loonheffingskortingen. Niet-inwoners hebben alleen nog recht op het premiedeel als ze in Nederland verzekerd zijn voor de volksverzekeringen. Voor het belastingdeel van één van de heffingskortingen - de arbeidskorting - geldt een uitzondering: werknemers die inwoner zijn van een land van de landenkring, hebben wél recht op het belastingdeel van de arbeidskorting.

Extra verplichting voor de werkgever

Vanaf 1 januari 2019 moet de werkgever of uitkeringsinstantie voortaan dus bepalen, door een keuze te maken welke tabel van toepassing is, of hij voor een werknemer wel of geen rekening dient te houden met het belastingdeel van de heffingskortingen. En of hij wellicht alleen rekening moet houden met het belastingdeel van de arbeidskorting. Hiervoor moet de werkgever of uitkeringsinstantie dus bepalen van welk land een werknemer (fiscaal) inwoner is.

De Belastingdienst had omtrent het voormelde in de Nieuwsbrief Loonheffingen 2019 en in het Handboek Loonheffingen 2019 aangegeven dat een werknemer, bij enige twijfel, de Belastingdienst om een woonplaatsverklaring kon vragen. De verstrekte informatie blijkt echter bij nader inzien onjuist te zijn, dit heeft de Belastingdienst onlangs in een nieuwsbericht laten weten. De werknemer kan geen woonplaatsverklaring aanvragen. De werkgever of uitkeringsinstantie moet dus zelf beoordelen of het door zijn werknemer aangegeven woonland overeenkomt met de andere gegevens die van hem bekend zijn.

Hoe kan BDO u hierbij helpen?

Vanuit de Adviesgroep loon- en Premieheffing (ALP) is hiervoor een handig hulpmiddel beschikbaar. Door middel van dit hulpmiddel stelt u als werkgever of uitkeringsinstantie de juiste vragen aan uw werknemer. Op basis van de antwoorden, komt daarnaast naar voren wanneer u een specialist moet inschakelen.

De woonplaatsverklaring is niet helemaal afgeschaft. Het blijft wel mogelijk om voor IB-doeleinden een woonplaatsverklaring aan te vragen. Indien buitenlandse autoriteiten hierom vragen, kan door de belastingplichtige de woonplaatsverklaring worden aangevraagd bij het regionale kantoor waaronder zij ressorteren.

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met een van onze specialisten.