Artikel:

Hoge Raad legt hoge ontslagvergoedingen aan banden

07 juli 2017

Op 30 juni 2017 heeft de Hoge Raad bepaald dat de billijke (ontslag)vergoeding niet uitsluitend bedoeld is als boete voor de werkgever bij ernstig verwijtbaar handelen. Bij de vaststelling van de hoogte van de billijke vergoeding zal de rechter rekening moeten houden met de daadwerkelijke gevolgen van het ontslag voor de betrokken werknemer. Dit arrest van de Hoge Raad heeft behoorlijk wat stof doen opwaaien. Hieronder wordt op hoofdlijnen ingegaan op het betreffende oordeel en het belang daarvan voor de praktijk.

Transitievergoeding versus billijke vergoeding

Sinds de inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid (afgekort: Wwz) kennen we twee wettelijke ontslagvergoedingen: de transitievergoeding en de billijke vergoeding. De transitievergoeding is op zich duidelijk: als een werknemer twee jaar of langer voor een werkgever heeft gewerkt en de arbeidsovereenkomst eindigt op initiatief van de werkgever, heeft de werknemer – uitzonderingen daargelaten - recht op de transitievergoeding. De wet bevat bovendien een duidelijke formule voor het berekenen van de hoogte van de transitievergoeding. Dat ligt anders bij de billijke vergoeding. De rechter kan deze aanvullende vergoeding in een aantal situaties toekennen, bijvoorbeeld als de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld (of heeft nagelaten), met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tot gevolg. De wet geeft, in tegenstelling tot bij de transitievergoeding, echter geen formule voor het berekenen van de billijke vergoeding.

Vaststelling van de billijke vergoeding volgens de Hoge Raad

Tot nog toe werd verondersteld dat de billijke vergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever een specifiek bestraffend karakter heeft. Daarnaast werd op basis van de parlementaire geschiedenis ook betoogd dat de gevolgen van het ontslag niet van belang zijn bij het vaststellen van de hoogte van de billijke vergoeding, omdat dit element reeds wordt meegenomen bij het vaststellen van de hoogte van de transitievergoeding.

De Hoge Raad oordeelt in dit arrest dat de gevolgen van het ontslag bij het vaststellen van de billijke vergoeding (na een opzegging van de arbeidsovereenkomst die in strijd is met de wettelijke vereisten hiervoor) wel degelijk een rol kunnen spelen. De gevolgen van het ontslag kunnen – in tegenstelling tot voorheen – geen grond zijn voor het toekennen van een ontslagvergoeding, anders dan de transitievergoeding. Met die gevolgen kan naar het oordeel van de Hoge Raad echter wél rekening gehouden worden bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding bij een ernstig verwijtbaar ontslag, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het door de werkgever te maken verwijt. Er kan volgens de Hoge Raad namelijk niet aangenomen worden dat deze gevolgen in elk geval al zijn gecompenseerd door een eventuele transitievergoeding.

De Hoge Raad oordeelt dat bij het vaststellen van de hoogte van de billijke vergoeding rekening moet worden gehouden met de omstandigheden van het geval, waaronder bijvoorbeeld de duur van het dienstverband en de inkomstenderving van de werknemer. Ook oordeelt de Hoge Raad dat uit de parlementaire geschiedenis niet blijkt dat de wetgever aan deze billijke vergoeding een specifiek bestraffend karakter heeft willen toekennen. Daarom behoort bij het vaststellen van de betreffende billijke vergoeding daarmee volgens de Hoge Raad geen rekening te worden gehouden.

Gevolgen voor de praktijk

Sinds de inwerkingtreding van de Wwz hebben we enkele buitensporige billijke ontslagvergoedingen de revue zien passeren, oplopend tot bijna € 150.000,--. Die ontwikkeling lijkt met dit oordeel van de Hoge Raad een halt te zijn toegeroepen. Immers, vrij vertaald: de billijke vergoeding kan niet onverwacht hoog zijn als ‘straf’ en dient gerelateerd te zijn aan de gevolgen van het ontslag voor de betrokken werknemer.

Betekent dit dat we terug zijn bij af en dat een rechter weer vrij is in ontslagzaken een ontslagvergoeding naar redelijkheid vast te stellen? Nee. De billijke vergoeding is en blijft slechts de ‘extra’ vergoeding die in uitzonderlijke gevallen toegekend kan worden. Aan de strakke regels over toekenning en berekening van de transitievergoeding is niets veranderd.

Het arrest van de Hoge Raad van 30 juni 2017 wijst er echter wel op dat werkgevers vanaf nu minder beducht hoeven te zijn voor een onverwacht, buitensporig hoge billijke vergoeding bij een discutabel ontslag. De (lagere) rechtspraak van de komende maanden zal echter moeten gaan uitwijzen hoe rechters in de praktijk met dit arrest van de Hoge Raad omgaan. Wij houden u op de hoogte.

Contact

Heeft u vragen over ontslagvergoedingen of heeft u een andere arbeidsrechtelijk vraag? Neem dan contact op met één van de arbeidsjuristen van BDO Legal. Dat kan per e-mail of telefonisch via (070) 338 08 30 (Rijswijk) / (073) 640 57 99 (Den Bosch) / (030) 284 99 60 (Utrecht).