BDO Nederland gebruikt cookies en trackingtechnologieën om het browser-gebruik op onze site te verbeteren, gepersonaliseerde content te tonen en traffic te analyseren. Door het gebruik van onze website, stemt u in met het gebruik van functionele cookies. Door op onderstaande button te klikken, stemt u in met analytische cookies. Lees meer over ons cookiebeleid en privacybeleid.
Artikel:

Het zorgprestatiemodel onder de loep

17 september 2020

De financiering van de zorg in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) en forensische zorg (fz) verandert per 1 januari 2022. Na jaren debatteren wordt de DBC-structuur eindelijk vaarwel gezegd. Op 14 september jl. liet staatssecretaris Blokhuis aan de Tweede Kamer weten dat hij, na een positief advies van de Nederlandse Zorgautoriteit, besloten heeft om per 2022 het Zorgprestatiemodel in te voeren als nieuwe bekostiging voor de ggz en fz. De aanpassing betekent een grote, positieve verandering voor ggz-aanbieders en zorgverzekeraars. De overgang naar het nieuwe financieringsmodel vereist echter wel stevige actie. In dit artikel: wat wordt de opvolger van de DBC-bekostiging en hoe is die opgebouwd?

Een lange aanloop

Al jaren wordt er gesproken over een opvolger van de DBC-systematiek in de ggz. Veldpartijen zijn het erover eens dat de huidige prestaties verkeerde prikkels geven. Ze gaan uit van gemiddelden en sluiten niet goed aan bij de werkelijk geleverde zorg. Bovendien houdt de DBC-bekostiging geen rekening met de setting waarin de zorg geleverd wordt. Tijd voor een nieuw bekostigingsmodel.

Het zorgprestatiemodel: van traject naar prestatie

In de zomer van 2018 kwam de NZa met een advies voor een ander bekostigingsmodel: het zorgprestatiemodel. Deze financieringsvorm zal per 1 januari 2022 worden ingevoerd. Het vervangt alle prestaties voor de basis-ggz, gespecialiseerde ggz (DB(B)C’s) en langdurige ggz (ZZP’s). Zoals de naam al weggeeft, wordt de zorg in dit model bekostigd op basis van prestaties. Het soort prestatie dat gedeclareerd wordt, is afhankelijk van de duur, setting en eventueel verblijf. Er wordt per prestatie bekostigd en niet meer, zoals nu in de basis-ggz en gespecialiseerde ggz, op grond van een traject.

Het zorgprestatiemodel onder de loep

Het zorgprestatiemodel is opgebouwd uit meer dan 1.000 tarieven. Dit klinkt ingewikkelder dan het is, want het aantal wordt veroorzaakt doordat de tarieven samenhangen met de duur van het contact, de soort behandelaar en de setting. In het geval van groepsconsulten speelt ook de groepsgrootte een rol. De prestaties ten aanzien van verblijf en overige prestaties blijven ongewijzigd ten opzichte van de DBC-systematiek. Hieronder volgt een beknopte uitleg van de opbouw en variabelen van de nieuwe bekostiging.

Consulten: Elk contact, consult genoemd, wordt apart geregistreerd en afgerekend. De duur, behandelaar en setting bepalen het tarief. De tarieven zijn verdeeld in acht tijdvakken (van 5 tot 120 minuten) waarbij alleen de directe patiënttijd telt en wordt gefactureerd. De indirecte tijd wordt door middel van een vaste opslag op het consult vergoed.

Groepsconsulten: Voor groepsconsulten gelden eigen tarieven. Voor 45 minuten groepsbehandeling wordt per cliënt één prestatie in rekening gebracht. Het tarief van de prestatie is afhankelijk van het type zorgverlener en de groepsgrootte (2 tot 10 of meer patiënten).

Behandelaren: Elk soort behandelaar heeft een eigen tarief. Er komt ook een apart tarief voor met name genoemde niet-BIG geregistreerde behandelaren. Dit biedt mogelijkheden voor de inzet van ervaringsdeskundigen. Anders dan bij een DBC, waar er één gemiddeld tarief gehanteerd werd, wordt er gedifferentieerd op beroepsgroep. Het tarief van een psychiater is bijvoorbeeld hoger dan het tarief van een verpleegkundige.

Setting: In de setting wordt onderscheid gemaakt tussen de vrijgevestigde behandelaar, een geïntegreerde instelling, ambulante of klinische zorg, mono-en multidisciplinaire behandeling, groepstherapie en forensische zorg. Door rekening te houden met de setting, kunnen kostenverschillen gecorrigeerd worden die samenhangen met de manier waarop de zorg geleverd wordt. Denk bijvoorbeeld aan indirecte patiëntgebonden tijd en productiviteit.

Verblijfsprestaties: De huidige verblijfsprestaties inclusief zorgzwaarteclassificatie A t/m H blijven bestaan. Ook de drie andere verblijfprestaties (Verblijf zonder Overnachting bij ECT, Verblijf met rechtvaardigingsgrond ((VMR)) en Verblijf met extreme zorgzwaarte) blijven van kracht. Wel wordt het tarief voor dagbesteding geïntegreerd in het verblijfsprestatietarief. Ook wordt er ruimte geboden om een integraal tarief af te spreken, waarbij de behandeling en verblijf niet worden uitgesplitst.

Overige prestaties: Voor zorg die niet onder consulten en verblijfsprestaties is te vatten, worden nog drie andere soorten zorgprestaties vastgesteld: (1) Overige verrichtingen, (2) Toeslagen consult, (3) Toeslagen verblijf. Denk hierbij aan Elektroconvulsietherapie (ECT) of doventolk.

Nieuwe bekostiging, nieuwe uitdagingen én perspectieven

Er is een landelijk programma gestart met acht verschillende werkgroepen om de implementatie van de nieuwe bekostiging goed in te regelen. De mate van impact en de daaruit voortvloeiende doorlooptijd kan sterk variëren per thema. Duidelijk is dat er veel staat te gebeuren. Veel bedrijfsonderdelen worden geraakt, van behandelaar tot zorgverkoop, van administratie tot registratie: alles moet tijdig gereed zijn.

Checklist ter voorbereiding

De introductie van een dergelijk nieuw bekostigingsmodel heeft grote impact op een ggz-aanbieder. Maar hoe richt u uw organisatie daarop in? En waar moet u tijdens de implementatie rekening mee houden? In onze checklist vindt u vragen en factoren, gebundeld per thema, waar u rekening mee moet houden en die u wegwijs bieden in de voorbereiding op de nieuwe bekostiging.

BEKIJK DE CHECKLIST

Mocht u vragen hebben, neem dan contact op met een van onze specialisten.