BDO Nederland gebruikt cookies en trackingtechnologieën om het browser-gebruik op onze site te verbeteren, gepersonaliseerde content te tonen en traffic te analyseren. Door het gebruik van onze website, stemt u in met het gebruik van functionele cookies. Door op onderstaande button te klikken, stemt u in met analytische cookies. Lees meer over ons cookiebeleid en privacybeleid.
Artikel:

Helaas nog geen duidelijkheid over btw-plicht commissaris

09 juli 2019

In de zaak IO deed het Hof van Justitie op 13 juni jl. uitspraak over de btw-plicht van een lid van de Raad van Commissarissen. Volgens het Hof van Justitie kan dit lid niet worden aangemerkt als btw-ondernemer. De uitspraak heeft naar verwachting grote gevolgen voor leden van de Raad van Commissarissen (hierna: RvC). Ook is de zaak van invloed op de btw-positie van leden van de Raad van Toezicht (hierna: RvT). BDO berichte eerder over deze zaak en de gevolgen daarvan op 17 juni en 25 juni. Uit die berichtgeving volgde dat de btw-gevolgen nog onduidelijk zijn. Helaas blijft dat voorlopig zo.

Uitspraak in de zaak IO

Het Hof van Justitie heeft in de zaak IO beslist dat de werkzaamheden die het RvC-lid verricht voor een stichting niet leiden tot ondernemerschap voor de btw. Hiervoor is namelijk vereist dat het RvC-lid de werkzaamheden zelfstandig uitoefent en geen sprake is van een verhouding van ondergeschiktheid in de uitoefening van die activiteit. Dat is volgens het Hof van Justitie niet het geval.

Gevolgen uitspraak

Sinds 2013 kwalificeren RvC-leden normaliter als btw-ondernemer voor hun activiteiten. Het gevolg daarvan is dat ze btw in rekening moeten brengen over de door hen ontvangen beloning, maar ook dat zij btw op door hen gemaakte kosten in aftrek kunnen brengen. Sommige commissarissen maken gebruik van de kleine ondernemersregeling en ontheffing administratieve verplichtingen en berekenen geen btw. Veelal zullen organisaties, als bijvoorbeeld woningcorporaties of zorginstellingen, de btw die is berekend door het RvC-lid of RVT-lid maar beperkt in aftrek kunnen brengen. Als het RvC- of RvT-lid geen btw-ondernemer meer is, kan dat voor dergelijke organisaties dus voordelig zijn. Als gevolg van de uitspraak van het Hof van Justitie is voor commissarissen en toezichthouders onzeker wat hun btw-positie is.

Antwoord op Kamervragen

Op 18 juni werden direct door de Tweede Kamer vragen gesteld aan de staatssecretaris van Financiën over de btw-positie van de commissaris. Helaas antwoordde de Staatssecretaris op 5 juli jl. dat de vaststelling van de btw- plicht van de commissaris van geval tot geval moet worden bepaald. Er komt geen beleid op dit punt. Mogelijk is dat wel het geval wanneer de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan in een zaak die gaat over vacatiegelden. Uiteraard infomeren we u dan nader. Hoewel wij de visie van de Staatssecretaris begrijpen, blijft de btw-positie van commissarissen en toezichthouders hierdoor (voorlopig) onzeker.

Actie

Met behulp van de eerder gepubliceerde checklist van BDO kunt u nagaan of uw positie of die van uw commissarissen of toezichthouders gelijk is aan die van de commissaris in de IO zaak. Alleen in dat geval kunt u zich afmelden als ondernemer bij de Belastingdienst (voor uw werkzaamheden als toezichthouder of commissaris), in andere gevallen is het raadzaam om contact op te nemen met uw adviseur. Zoals de Staatssecretaris ook in de beantwoording van de Kamervragen aangeeft zal daarbij naar alle waarschijnlijkheid contact met de belastinginspecteur moeten worden gezocht voor zekerheid over de btw-positie. 

Ten slotte

Uiteraard zijn wij u graag behulpzaam om de gevolgen van deze uitspraak voor uw situatie in kaart te brengen. Neem hiervoor contact op met een van onze adviseurs.