BDO Nederland gebruikt cookies en trackingtechnologieën om het browser-gebruik op onze site te verbeteren, gepersonaliseerde content te tonen en traffic te analyseren. Door het gebruik van onze website, stemt u in met het gebruik van functionele cookies. Door op onderstaande button te klikken, stemt u in met analytische cookies. Lees meer over ons cookiebeleid en privacybeleid.
Artikel:

Heeft uw fiscale eenheid gevolgen voor btw-vrije samenwerking?

25 november 2020

Binnen de btw bestaat een vrijstelling voor diensten van een koepelorganisatie aan haar leden. Het doel van de vrijstelling is om btw-druk weg te nemen die kan ontstaan bij samenwerking door ondernemers die vrijgestelde prestaties of niet-ondernemersactiviteiten verrichten (denk hierbij bijvoorbeeld aan publiekrechtelijke lichamen als gemeenten en provincies). Recent oordeelde het Hof van Justitie over deze koepelvrijstelling. Dit oordeel kan gevolgen hebben voor leden van een koepel die tegelijkertijd onderdeel zijn van een fiscale eenheid btw.

Werking van de koepelvrijstelling

Onder de koepelvrijstelling geldt een vrijstelling voor de diensten die een koepelorganisatie aan haar leden verricht wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. Het gaat om een samenwerking tussen ondernemers die vrijgestelde prestaties verrichten en/of niet-ondernemers.
  2. De door de koepelorganisatie verrichte diensten zijn rechtstreeks nodig voor het verrichten van de vrijgestelde prestaties van de leden of hun niet-ondernemersactiviteiten.
  3. De koepelorganisatie vraagt aan de leden slechts terugbetaling van hun aandeel in de gezamenlijke uitgaven.
  4. Er is geen sprake van verstoring van de concurrentieverhoudingen.

De koepelvrijstelling geldt in Nederland op dit moment voor alle situaties waarin de leden vrijgestelde prestaties verrichten. Uit Europese jurisprudentie volgt dat de koepelvrijstelling alleen geldt voor diensten aan leden die vrijgestelde prestaties verrichten die staan genoemd in art. 132 Btw-richtlijn. Dat betekent concreet dat volgens die Europese jurisprudentie de koepelvrijstelling bijvoorbeeld niet kan worden toegepast door koepelorganisaties van banken, verzekeraars of woningcorporaties. De Nederlandse btw-wetgeving is echter nog niet aangepast en Nederland lobbyt in Europees verband voor uitbreiding van de koepelvrijstelling zodat de huidige Nederlandse praktijk gehandhaafd kan worden.

Gevolgen voor koepelvrijstelling in geval van fiscale eenheid btw

Ondernemers die nauw verweven zijn en in Nederland zijn gevestigd vormen voor de Nederlandse btw een fiscale eenheid. Dit betreft, anders dan in de vennootschapsbelasting, geen keuze. Het Hof van Justitie oordeelt recent in de zaak Kaplan International Colleges dat de koepelvrijstelling niet kan worden toegepast als het lid dat diensten van de koepelorganisatie afneemt onderdeel is van een fiscale eenheid btw en niet alle onderdelen van de fiscale eenheid lid zijn van de koepelorganisatie. Zijn alle onderdelen wel lid van de koepelorganisatie dan kan de koepelvrijstelling, zo lezen wij in dit arrest, wel worden toegepast. Dit geldt dan wel op voorwaarde dat alle leden activiteiten van algemeen belang verrichten. Hiermee verwijst het Hof van Justitie naar de vrijgestelde prestaties die beschreven zijn in art. 132 Btw-richtlijn. Op dit moment is de koepelvrijstelling in Nederland, zoals hiervoor aangegeven, ruimer. De voorwaarde die het Hof van Justitie stelt moet daarom naar onze mening voor de Nederlandse situatie zo worden geïnterpreteerd dat alle onderdelen van de fiscale eenheid btw vrijgestelde prestaties of niet-ondernemersactiviteiten verrichten. Omdat een fiscale eenheid voor de btw één ondernemer is, moeten de hiervoor genoemde voorwaarden voor de koepelvrijstelling naar onze mening op het niveau van de fiscale eenheid als geheel worden getoetst als gevolg van dit recente arrest.

Grensoverschrijdende toepassing koepelvrijstelling

Het is nog onduidelijk of de koepelvrijstelling ook kan worden toegepast wanneer de koepelorganisatie en (een van) de leden in een ander land zijn gevestigd. In de procedure Kaplan International Colleges komt dit vraagstuk aan de orde, maar het Hof van Justitie gaat hier niet op in omdat het de vrijstelling niet van toepassing acht. Advocaat-generaal Kokott adviseerde eerder het Hof van Justitie om de koepelvrijstelling niet grensoverschrijdend toe te passen. Wij verwijzen hiervoor naar ons eerder geschreven perspectief

Wat is voor u van belang?

Wanneer u op dit moment de koepelvrijstelling toepast en/of u diensten zonder btw inkoopt bij een koepel, is het van belang om na te gaan of die toepassing mogelijk wordt doorkruist door de (mogelijk) aanwezigheid van een fiscale eenheid btw. Mogelijk is daar eerder sprake van dan u denkt. Wij adviseren u derhalve om in de situatie dat de leden onderdeel uitmaken van een groepsstructuur, hier kritisch naar te kijken. Mogelijk kan de koepelvrijstelling als gevolg hiervan niet langer worden toegepast. Uiteraard helpen wij u graag bij deze beoordeling. Neem hiervoor contact op met een van onze btw-specialisten.