Artikel:

Geen aftrek invoer-btw als importeur geen eigenaar van de goederen is

18 december 2020

Wanneer goederen worden ingevoerd door een ondernemer met als doel herverpakking in de EU, is het in de praktijk niet ongebruikelijk dat goederen in eigendom blijven van buitenlandse klanten. De vraag die in dat geval opkomt is of de importeur wel recht heeft op aftrek van invoer-btw.

Btw-aftrek bij invoer

Als goederen in de EU worden ingevoerd, dan is in principe invoer-btw verschuldigd bij de Douane. Deze invoer-btw is aftrekbaar wanneer een ondernemer recht heeft op btw-aftrek. Maakt een ondernemer kosten met het oog op het verrichten van een btw-belaste activiteit, dan kan de btw op gemaakte kosten (bij invoer) in aftrek worden gebracht. Belangrijk is dat er een verband bestaat tussen de gemaakte kosten en de economische activiteit van de onderneming. Als dit verband ontbreekt, dan bestaat geen recht op btw-aftrek. Een goed voorbeeld hiervan is de recente uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Weindel.

Praktijkvoorbeeld: zaak Weindel

In de zaak Weindel gaat het om een importeur die goederen van buitenlandse ondernemers invoerde in Slowakije om deze om te pakken. Toen de goederen in het vrije verkeer werden gebracht, werd de importeur verplicht de belasting bij invoer te betalen. Nadat de goederen waren omgepakt, werden zij uitgevoerd of geleverd vanaf Slowakije naar een derde land en de ompakkingsdiensten werden aan de klant gefactureerd. De eigendom van de goederen bleef de hele tijd bij de buitenlandse klant. De vraag in deze zaak was of de importeur recht op aftrek van invoer-btw had, ondanks dat de importeur niet de eigenaar was van de ingevoerde goederen.

Het Hof van Justitie oordeelt dat er voor het bestaan van aftrek echt een rechtstreeks en onmiddellijk verband moet bestaan tussen de kosten en de economische activiteit van een onderneming. In het praktijkvoorbeeld treedt de importeur slechts op als dienstverrichter, zonder de ingevoerde goederen te hebben aangeschaft of de kosten van de invoer te hebben gedragen. Dit wijst erop dat er geen verband bestaat tussen de betaling van de invoer-btw en de prijs van de door de importeur verrichte diensten. Het Hof van Justitie oordeelt vervolgens dat personen die goederen invoeren zonder er eigenaar van te zijn, geen recht op aftrek van invoer-btw kunnen hebben, tenzij zij kunnen aantonen dat de kosten van de invoer zijn opgenomen in de prijs van de specifieke outputtransacties of in de prijs van de goederen of diensten die de belastingplichtige in het kader van zijn economische activiteiten heeft geleverd.

Wat betekent dit voor u?

Het Hof van Justitie bevestigt met deze uitspraak dat een importeur ook de eigenaar van de goederen moet zijn om de betaalde invoer-btw terug te kunnen vragen, tenzij de importeur kan aantonen dat de kosten van invoer zijn verdisconteerd in de prijs die zij voor hun diensten rekenen. Deze uitspraak heeft gevolgen voor bedrijven die goederen van hun klanten importeren en verwerken zonder de eigendom over die goederen te verkrijgen (toll-manufacturing). Door deze uitspraak kunnen dit soort bedrijven geweigerd worden om de invoer-btw in aftrek te brengen, waardoor de invoer-btw een kostenpost vormt. Een speciale douaneregeling kan hierbij uitkomst bieden. Middels de regeling actieve veredeling kunnen goederen in Europa verwerkt worden, onder schorsing van douanerechten en invoer-btw. Ook is het in sommige gevallen toegestaan dat werkzaamheden zoals het ompakken plaats kunnen vinden onder de regeling douane-entrepot.

Advies

Heeft u te maken met het invoeren van goederen welke niet in uw eigendom zijn? Neem gerust contact op met één van onze adviseurs. Wij helpen u graag!