Artikel:

Facultatieve korting aan zorgverzekeraar leidt tot btw-teruggaaf

19 oktober 2021

In de farmaceutische industrie maken farmaceuten en zorgverzekeraars vaak afspraken over de prijs van geneesmiddelen. Vaak bestaan die afspraken uit een achteraf aan de zorgverzekeraar te betalen korting. In Nederland loopt al een aantal jaar een discussie met de Belastingdienst. Deze discussie gaat over de vraag of deze kortingen (preferentiebeleid) in mindering mogen worden gebracht op de vergoeding die door de farmaceut wordt ontvangen voor de levering van geneesmiddelen. Zie hiervoor ons eerder verschenen artikel. Onlangs heeft het Hof van Justitie in de lang verwachte zaak Boehringer Ingelheim geoordeeld dat een kortingsafspraak met een publieke zorgverzekeraar op basis van een facultatieve prijs-volumeovereenkomst de vergoeding van de farmaceut vermindert. De farmaceut heeft daarmee recht op een teruggaaf van btw. Bent u als farmaceut of zorgverzekeraar betrokken bij de verstrekking van geneesmiddelen waarvoor (achteraf) kortingen worden verleend op basis van een dergelijke overeenkomst? Dan kan deze zaak gunstig uitpakken voor uw situatie.

De tweede zaak Boehringer Ingelheim

Boehringer Ingelheim (hierna: Boehringer) levert in Hongarije via groothandelaars geneesmiddelen aan apothekers en ziekenhuizen die deze geneesmiddelen op hun beurt weer verstrekken aan patiënten. Deze geneesmiddelen worden deels gesubsidieerd door een (beheersorgaan van de) publieke zorgverzekeraar die hiervoor een bedrag betaalt aan de apotheker. Het overige gedeelte van de geneesmiddelenprijs wordt betaald door de patiënt in de vorm van een eigen bijdrage. De apotheker ontvangt uiteindelijk dus een bedrag dat bestaat uit de subsidie en een eigen bijdrage van de patiënt en voldoet hierover de btw.

Boehringer heeft een facultatieve prijs-volume overeenkomst afgesloten met de zorgverzekeraar. Deze overeenkomst is vrijwillig en niet wettelijk verplicht. De overeenkomst geeft Boehringer de garantie dat de door haar verstrekte geneesmiddelen zullen worden gesubsidieerd. Op basis van deze overeenkomst geeft Boehringer een bedrag aan de zorgverzekeraar voor de geleverde gesubsidieerde geneesmiddelen.
 

De Hongaarse belastingdienst is van mening dat de aan de zorgverzekeraar betaalde bedragen niet in mindering mogen komen op de met btw belaste omzet van Boehringer. De bedragen zijn namelijk niet gebaseerd op een wettelijke verplichting. Hiermee baseert de Hongaarse belastingdienst zich op de eerste Boehringer-zaak, waarin wel sprake was van een wettelijke verplichting om een korting te verstrekken. Daarnaast bestaat er volgens de Hongaarse belastingdienst geen recht op teruggaaf van btw, omdat de zorgverzekeraar geen factuur heeft uitgereikt voor de korting.

Oordeel Hof van Justitie

Het Hof van Justitie oordeelt dat Boehringer recht heeft op een btw-teruggaaf. Door de overeenkomst met de zorgverzekeraar en het betalen van de bedragen ziet Boehringer af van een deel van de vergoeding die zij ontvangt voor de verkoop van de geneesmiddelen. Het Hof van Justitie herhaalt hierbij het algemeen geldende principe, dat een ondernemer niet meer btw kan betalen aan de Belastingdienst dan hij uiteindelijk ontvangt. Volgens het Hof zijn de EU-lidstaten verplicht om de maatstaf van heffing, en dus het door Boehringer verschuldigde btw-bedrag, te verlagen telkens wanneer hij na de sluiting van een overeenkomst de tegenprestatie geheel of gedeeltelijk niet ontvangt. Dat de bedragen op basis van een facultatieve overeenkomst zijn verstrekt in plaats van op basis van een wettelijke verplichting, doet hier niet aan af.

Daarnaast oordeelt het Hof van Justitie dat voor het recht op teruggaaf van btw het bezit van een factuur niet als absolute voorwaarde mag worden gesteld. Van belang is wel dat Boehringer met andere documenten kan aantonen dat de korting daadwerkelijk is verstrekt.

Impact op de Nederlandse praktijk

Voor de Nederlandse praktijk biedt deze uitspraak duidelijkheid. Het Nederlandse preferentiebeleid is vergelijkbaar met de subsidieregeling in deze Hongaarse zaak. Het preferentiebeleid is vanuit de politiek lang geleden bij zorgverzekeraars neergelegd, om daarmee de kosten van geneesmiddelen in Nederland betaalbaar te houden. Zoals gezegd neemt de Nederlandse Belastingdienst het standpunt in dat kortingen aan zorgverzekeraars ter zake van de verstrekking van geneesmiddelen niet in mindering kunnen worden gebracht op de ontvangen vergoeding voor de geneesmiddelen. Het gebruikte argument dat deze korting niet is gebaseerd op een wettelijke verplichting houdt met dit nieuwe arrest geen stand. Volgens de Nederlandse Belastingdienst is daarnaast sprake van een dienst vanuit de zorgverzekeraar aan de farmaceut, waarvoor de zorgverzekeraar btw in rekening moet brengen.

Het oordeel van het Hof van Justitie in de tweede zaak Boehringer bevestigt, naar onze mening niet meer dan terecht, dat deze visie onjuist is. Met deze uitspraak komt dan ook hopelijk een einde aan deze discussie. Dit betekent voor de praktijk dat kortingen die farmaceuten verstrekken aan zorgverzekeraars bij de farmaceuten tot een teruggaaf van btw leiden. Hopelijk kunnen zorgverzekeraars ervoor zorgen dat die btw-vermindering uiteindelijk ten goede komt van de zorgverzekeraars – en daarmee dus van de verzekerden.   

Voor de kortingen zullen geen (credit)facturen zijn opgesteld. In de praktijk zien wij zelfs dat zorgverzekeraars facturen met btw uitreiken aan farmaceuten, om zich met tegenzin te conformeren aan het onjuiste standpunt van de Belastingdienst. Het Hof van Justitie heeft aangegeven dat het gebrek aan een (credit)factuur niet in de weg staat aan een teruggaaf van btw, mits op andere wijze de daadwerkelijke betaling van de kortingen kan worden onderbouwd. Naar onze mening kan dat op basis van de gesloten overeenkomsten en de tussen partijen gemaakte afrekeningen/berekeningen van de verschuldigde kortingen.

Meer informatie?

Wilt u meer weten over de gevolgen van deze zaak voor uw persoonlijke situatie? Neem dan contact op met een van onze btw-adviseurs. Wij helpen u graag de mogelijkheden in kaart te brengen.