BDO Nederland gebruikt cookies en trackingtechnologieën om het browser-gebruik op onze site te verbeteren, gepersonaliseerde content te tonen en traffic te analyseren. Door het gebruik van onze website, stemt u in met het gebruik van functionele cookies. Door op onderstaande button te klikken, stemt u in met analytische cookies. Lees meer over ons cookiebeleid en privacybeleid.
Artikel:

De juridische gevolgen van de Brexit

03 februari 2020

Het Verenigd Koninkrijk heeft op 31 januari jl. de Europese Unie verlaten. De komende maanden gaan het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie onderhandelen over de details van hun toekomstige relatie. Dit nieuwsbericht bevat een overzicht van de juridische gevolgen van de Brexit voor een vijftal rechtsgebieden.

De juridische gevolgen van de Brexit 

Met een ruime meerderheid heeft het Europees Parlement op 29 januari jl. het terugtrekkingsakkoord van het Verenigd Koninkrijk (“VK”) goedgekeurd. Dit was de laatste parlementaire stap die benodigd was om de Brexit mogelijk te maken. Het Verenigd Koninkrijk heeft op 31 januari 2020 (middernacht Nederlandse tijd) de Europese Unie (“EU”) verlaten. Op dat moment is een transitieperiode ingegaan die ten minste tot 31 december 2020 duurt. Tijdens deze periode onderhandelen het VK en de EU over de details van hun toekomstige relatie. Hieronder volgt een kort overzicht van de juridische gevolgen van de Brexit voor een vijftal rechtsgebieden. 

Ondernemingsrecht (herstructureringen)

Voor in het VK gevestigde bedrijven (“VK-Companies”) bemoeilijkt de Brexit het internationale handelsverkeer met bedrijven die in Europa zijn gevestigd (“EU-Companies”). In de praktijk resulteert dit in een toenemende vraag naar (nieuw) op te richten dochtermaatschappijen in Nederland. Op dit moment is het nog niet duidelijk óf, en zo ja, welke juridische regels voor grensoverschrijdende fusies en omzettingen na de transitieperiode nog van toepassing zullen zijn op VK-Companies.

Handelsrecht

De transitieperiode zal door het VK en de EU gebruikt worden om tot een handelsakkoord te komen. In dit handelsakkoord kunnen afspraken gemaakt worden over onderwerpen die op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie momenteel nog onder het vrij verkeer van goederen vallen, zoals invoerheffingen. Voor ondernemers is het in aanloop naar het definitieve Brexit-akkoord raadzaam om de handelsovereenkomsten met VK-Companies tegen het licht te houden. Op grond van de onderwerpen waar geen akkoord over wordt bereikt, moet nagegaan worden of de overeenkomst kan worden aangepast. Daarnaast kunnen de weer ingestelde grenscontroles tot vertraging leiden, hetgeen de (winst)marge verkleint. Bestaat de wens om de handelsovereenkomsten met VK-Companies op te zeggen, dan dient – zeker als het om een langdurige zakenrelatie gaat – gecontroleerd te worden of een opzegtermijn geldt.

Arbeidsrecht

Tijdens de transitieperiode zal de Europese arbeidswetgeving opnieuw uitonderhandeld moeten worden. Te denken valt onder andere aan de Detacheringsrichtlijn en de Arbeidstijdenrichtlijn. De Detacheringsrichtlijn beoogt de rechten, waaronder de bescherming van arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden, van werknemers die transnationaal gedetacheerd zijn, te beschermen. De Arbeidstijdenrichtlijn stelt belangrijke beperkingen aan de maximale arbeidsduur per week, maar ook dat de opbouw van vakantiedagen tijdens ziekte van werknemers niet te zeer beperkt mag worden. Indien voornoemde en andere arbeidsrechtelijke wetgeving in het nieuwe Brexit-akkoord niet meer van toepassing zijn, is er een kans dat werknemers een lager arbeidsvoorwaardelijk beschermingsniveau genieten.

Financieel Toezichtrecht

Gedurende de transitieperiode kunnen financiële ondernemingen die in Nederland zijn gevestigd gebruik blijven maken van hun paspoortrechten in het VK en hun diensten aanbieden. Dit geldt vice versa ook voor financiële ondernemingen uit het VK die in Europa hun diensten willen aanbieden. De contouren voor het toekomstig akkoord zijn uitgewerkt in de politieke verklaring bij het terugtrekkingsakkoord. De toekomstige relatie op het gebied van financiële diensten zal gebaseerd worden op het al dan niet erkennen van elkaars rechts- en toezichtsysteem. De kaders voor het kunnen nemen van dergelijke gelijkwaardigheidsbesluiten moeten voor juni 2020 gereed zijn. Wat dit precies betekent voor het aanbieden van financiële diensten in het VK en – vice versa- in Nederland na 31 december 2020, zal moeten blijken.

Privacyrecht

De toepasselijkheid van de AVG – die gedurende de transitieperiode onverkort blijft gelden – zal onderwerp van onderhandeling worden tussen de VK en de EU. Indien de VK besluit dat de AVG niet meer van toepassing is op VK-Companies, dan heeft de Europese Commissie de mogelijkheid om een zogenoemde “adequaatheidsbeslissing” te nemen. Persoonsgegevens kunnen in dat geval verwerkt worden zonder dat er aanvullende maatregelen nodig zijn. Indien voor geen van beide opties wordt gekozen, dan zijn er nog andere mogelijkheden om persoonsgegevens uit te wisselen. Gedacht kan worden aan een modelcontractbepaling door de Europese Commissie, gedragscodes of bindende voorschriften.

Conclusie

Gedurende de transitieperiode zullen ondernemingen nog relatief weinig hinder ondervinden van de Brexit. Alle EU-regels en wetten blijven voor het VK van kracht. Afhankelijk van de uitkomst van de verdere onderhandelingen tussen de EU en het VK kan de Brexit in de toekomst echter verstrekkende gevolgen hebben voor ondernemingen in zowel het VK als in Nederland/de EU. BDO houdt haar klanten de komende periode op de hoogte van de verdere ontwikkelingen van de Brexit.