BDO Nederland gebruikt cookies en trackingtechnologieën om het browser-gebruik op onze site te verbeteren, gepersonaliseerde content te tonen en traffic te analyseren. Door het gebruik van onze website, stemt u in met het gebruik van functionele cookies. Door op onderstaande button te klikken, stemt u in met analytische cookies. Lees meer over ons cookiebeleid en privacybeleid.
Artikel:

De IBOR-transitie: voorkom dat commissaris crisismanager wordt

01 april 2020

Het is één van de onderwerpen die de financiële wereld momenteel sterk in zijn greep houdt: de IBOR-transitie. De verandering van rentebenchmarks per 1 januari 2022 brengt veel aanpassingen met zich mee. Wat verandert er allemaal en wat moeten banken en overige financiële instellingen doen om zich hierop voor te bereiden? En welke rol speelt een commissaris hierbij?

Eva Dieben is partner Financial Services bij BDO Legal en werkte eerder in verschillende functies in de bancaire en verzekeringswereld, waaronder bij SNS Reaal, Aegon N.V. , a.s.r. en de Nederlandse Vereniging van Banken. In dit artikel vertelt zij over de IBOR-transitie en wat een commissaris van een financiële instelling hiervan moet weten.

De rol van IBOR binnen de financiële sector

Wat wordt precies verstaan onder de IBOR-transitie? Dieben: “IBOR staat voor Interbank Offered Rates, een reeks van rentebenchmarks. Het gaat om interbancaire, kortlopende leningen. De meest gebruikte IBOR is de EURIBOR, de European Interbank Offered Rate, een ander voorbeeld is de London Interbank Offered Rate (LIBOR). Deze IBOR’s worden al meer dan 30 jaar gebruikt als referentierentevoet voor financiële transacties zoals renteswaps, obligaties en bedrijfsleningen.”

IBOR is dus belangrijk voor de financiële sector. “De rentebenchmarks worden gebruikt in verschillende modellen in de financiële sector, zoals prijs- en risicomodellen. IBOR heeft impact op waardebepalingen, hedgestrategieën, gevoeligheidsanalyses en risicosystemen van de sector. Ze worden niet alleen door banken gebruikt maar ook door andere financiële instellingen die producten ontwikkelen en aanbieden waarvan de waarde gerelateerd is aan IBOR, zoals beleggingsfondsen en verzekeraars. Ook zie je het terug in de hypotheekrente. De IBOR-transitie wordt dan ook gezien als één van de grootste omwentelingen in de financiële sector sinds de crisis. In mijn beleving hebben we een groot probleem als dit niet goed wordt aangepakt”, zo vertelt Dieben.

De aanleiding voor de transitie: de LIBOR-affaire en de naweeën van de crisis

Een belangrijke aanleiding voor de overgang naar nieuwe rentebenchmarks, is de LIBOR-affaire uit 2012. Dieben: “Het LIBOR-schandaal maakte inzichtelijk dat de verschillende rentebenchmarks, door de manier waarop zij worden vastgesteld via een enquête onder banken, gevoelig waren voor manipulatie. Ze kwamen niet tot stand op basis van objectief meetbare rentetarieven, gebaseerd op daadwerkelijke transacties, maar werden onderling afgesproken op basis van verwachtingen en vooruitzichten. Dit wekte manipulatie in de hand, want enkele frauderende medewerkers van panelbanken stelden het tarief dat zij verwachtten te moeten betalen voor een interbancaire lening ofwel te hoog of te laag voor. Daar profiteerden vervolgens de handelaren van diezelfde banken van door met hun beleggingen erop in te spelen en winsten te behalen.”

Naast de LIBOR-affaire was er nog een reden om het systeem van rentebenchmarks op de schop te gooien: dit was namelijk niet meer actueel genoeg. Dieben legt uit: “sinds de crisis zijn interbancaire geldmarkttransacties afgenomen en deze vormden juist de basis voor de totstandkoming van de rentebenchmarks. Daarom zijn de IBOR’s die we nu kennen niet langer representatief voor de markt die aan die benchmarks ten grondslag ligt. Dat is een directe consequentie van de financiële crisis na de val van Lehman Brothers in 2008 en de landencrisis in Europa. Daarna hebben we allerlei nieuwe wetgeving gekregen, die zich voornamelijk richt op het versterken van de balans van banken door het aanhouden van grotere buffervermogens. Hierdoor is de vraag van banken naar funding op korte termijn sterk afgenomen. De afname van het aantal interbancaire geldmarkttransacties is daarnaast nog versterkt doordat centrale banken wereldwijd obligaties hebben opgekocht, goedkopere leningen verstrekken aan banken en negatieve rentes hebben ingevoerd.”

Toegenomen regulering voor betrouwbare benchmarks

Waaruit bestaat de IBOR-transitie precies, wat verandert er nu concreet? “De transparantie van de benchmarks wordt verder gereguleerd. Dat heeft in Europa geleid tot de Benchmark Regulation. Het doel daarvan is te zorgen dat de benchmarks betrouwbaar en robuust zijn en dat belangenconflicten in de totstandkoming ervan worden geminimaliseerd. Marktpartijen kunnen een aantal rollen aannemen ten aanzien van een benchmark en voor elke rol zijn er regels ingevoerd. Zo moet een beheerder van een benchmark een vergunning aanvragen bij de AFM. Gebruikers, zoals banken en verzekeraars, moeten sinds 2018 een actieplan hebben waarin staat wat zij doen op het moment dat een gebruikte benchmark ophoudt te bestaan. De AFM houdt ook toezicht op de totstandkoming van die plannen.”

De IBOR-transitie betekent werk aan de winkel voor financiële instellingen. Dieben: “Dit heeft impact op contracten, systemen en modellen. Contacten moeten worden heronderhandeld en mogelijk ook aangepast zodat er een fall back in komt, waarmee een benchmark die vervalt of wordt aangepast, kan worden vervangen door een andere. Ook rekenmodellen en IT-systemen moeten worden aangepast. Veel financiële instellingen starten daarom met grote projecten, onder meer om impactanalyses te maken en juridische, functionele en technische veranderingen door te voeren.

Wat het lastig maakt, is dat er nog veel onduidelijk is over de timing van de transitie. In de praktijk kunnen zich namelijk verschillende scenario’s voordoen. Zo kan de transitie op een vast moment plaatsvinden. Hier heeft de regelgeving op voorgesorteerd (1 januari 2022). Maar als marktdeelnemers de wettelijke transitiedatum niet afwachten en eerder actief overgaan naar het gebruik van de nieuwe referentierentes, dan kan de transitie ook eerder plaatsvinden; de markt dwingt de overgang dan af doordat de liquiditeit in contracten met IBOR-rentes ‘wegvalt’.”

Wat kan er concreet misgaan als een financiële instelling dit niet op tijd goed heeft geregeld? “De dekkingsgraden van pensioenfondsen bijvoorbeeld, worden gerelateerd aan rentecurves en die stoelen deels weer op de IBOR’s. De nieuwe IBOR’s worden anders geprijsd en hebben een ander effect op de lange termijnverplichtingen dan bestaande benchmarks. Dus je zult het wel goed moeten inregelen, anders zak je als pensioenfonds door je dekkingsgraad heen”, zo legt Dieben uit.

Voorkom dat de commissaris als crisismanager moet optreden

Wat betekent dit alles voor een commissaris bij een financiële instelling volgens Dieben? “Ik denk dat het allereerst belangrijk is dat de commissaris weet dat dit speelt en nagaat of het onderwerp hoog op de agenda van de raad van bestuur en de organisatie staat. Mocht dat niet het geval zijn, dan moet hij een wat actievere rol spelen. Door bijvoorbeeld aan te geven wat de implicaties zijn als het mis gaat en de transitie niet goed is voorbereid. In ieder geval zal een commissaris het plan van aanpak moeten opvragen om te beoordelen of de implementatie van de rentebenchmarkherzieningen in beeld is, hoe dit wordt aangepakt en of dit goed is belegd in de belangrijkste gremia binnen de organisatie. Daarbij ligt het ook voor de hand dat het onderwerp in meer detail wordt besproken in een audit committee of risk committee van de RvC.

Op het moment dat het alsnog mis zou gaan, denk ik dat een commissaris bijna een soort crisismanager wordt. Hij of zij zal dan meer de organisatie in moeten stappen om in heel nauw contact met de raad van bestuur en de relevante toezichthouder tot een oplossing te komen. Op het moment dat de solvabiliteitsratio’s van banken en verzekeraars en de dekkingsgraden van pensioenfondsen onder druk komen te staan, zullen er herstelplannen geschreven moeten worden en ik kan me voorstellen, even afhankelijk van de grootte van de organisatie, dat een commissaris nauw bij dit proces betrokken zal zijn.”

Of dat nodig zal zijn, is nog de vraag, want financiële instellingen zijn zich volgens een rapport van de AFM en DNB uit 2019 over het algemeen bewust van de omvang en impact van de IBOR-transitie. Het is zaak dat zij in de komende periode hier druk mee verder gaan, waarbij een commissaris zeker vinger aan de pols moet houden om te voorkomen dat hij straks als crisismanager moet optreden.

Meer informatie

Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wenst u meer informatie? Neem dan contact op met Eva Dieben, bij BDO Legal via [email protected] of 06-41 20 20 37.