BDO Nederland gebruikt cookies en trackingtechnologieën om het browser-gebruik op onze site te verbeteren, gepersonaliseerde content te tonen en traffic te analyseren. Door het gebruik van onze website, stemt u in met het gebruik van functionele cookies. Door op onderstaande button te klikken, stemt u in met analytische cookies. Lees meer over ons cookiebeleid en privacybeleid.
Artikel:

De belangrijkste wijzigingen van de uitwerking van het Pensioenakkoord

24 juli 2020

Op 5 juni 2019 is een principeakkoord bereikt over de vernieuwing van het pensioenstelsel. Dit wordt het Pensioenakkoord genoemd. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft de uitwerking van dit akkoord op 6 juli gepubliceerd. Het belang van deze uitwerking is voor werkgevers en werknemers groot en zal alle pensioenregelingen raken. In dit artikel delen wij de 5 belangrijkste wijzigingen. 

  1. Van uitkeringsregeling naar beschikbare premieregeling
    Er wordt afscheid genomen van de in Nederland gebruikelijke uitkeringsregeling (meestal: middelloonregeling) en er wordt overgegaan naar een premieregeling. Dit betekent dat niet meer de pensioenuitkering centraal staat, maar de premie die ingelegd mag worden. Het uitgangspunt van het Pensioenakkoord is overigens dat het huidige pensioenniveau op zijn minst gelijk moet blijven. De zogenoemde doorsneesystematiek die standaard bij alle bedrijfstakpensioenfondsen wordt gebruikt, wordt afgeschaft en er komt voor alle deelnemers een gelijkblijvende leeftijdsonafhankelijke premie. Hierbij kan gekozen worden uit het nieuwe pensioencontract en een verbeterde premieregeling. 

    Keuzemogelijkheid 1: het nieuwe pensioencontract
    Binnen deze keuzemogelijkheid wordt een pensioendoelstelling afgesproken en de premie die naar verwachting nodig is om die doelstelling te realiseren. Er vindt geen jaarlijkse vaste pensioenopbouw meer plaats, maar voor iedere deelnemer wordt een persoonlijk vermogen geadministreerd. Met een solidariteitsreserve wordt de risicodeling tussen huidige en toekomstige generaties vormgegeven. Er wordt collectief belegd en bij pensionering ontvangen deelnemers een levenslange pensioenuitkering.

    Keuzemogelijkheid 2: de verbeterde premieregeling
    Men kan ook kiezen voor een verbeterde premieregeling. De in 2016 ingevoerde Wet verbeterde premieregeling maakt het mogelijk om ook in de uitkeringsfase beleggingsrisico’s te nemen. Men kan centraal bepalen dat een variabele uitkering de standaard voor alle deelnemers wordt. Echter, deelnemers die een stabiele uitkering wensen, mogen daar ook voor kiezen. 

    Overgang naar het nieuwe systeem
    Pensioengerechtigden die een nadeel leiden door de overstap naar het nieuwe contract worden gecompenseerd.

    Bestaande beschikbare premieregelingen
    Voor bestaande premieregelingen (met een stijgende premie) wordt een langere uitfaseringstijd gehanteerd. Nieuwe deelnemers in bestaande en nieuwe premieregelingen moeten uiterlijk 1 januari 2026 een leeftijdsonafhankelijke premie ontvangen.

    Fiscale regelgeving
    Het fiscale kader wordt aangepast. Uitgangspunt is dat de (maximale) pensioenambitie van 75% middelloon in 40 opbouwjaren fiscaal wordt gefaciliteerd. Hierbij wordt de premiegrens 33% van de pensioengrondslag (exclusief kosten- en risico-opslagen). Hierbij is rekening gehouden met een verwacht rendement van 1,5%. Als dit in de toekomst wijzigt, wordt de maximale premiegrens aangepast. Ook zijn de verschillen tussen de tweede (werkgeverspensioen) en de derde pijler (lijfrenten) beoordeeld en hiervoor worden mogelijke beleidsopties uitgewerkt.  

    Invaren
    Het omzetten van bestaande pensioenrechten naar het nieuwe systeem wordt invaren genoemd. Het uitgangspunt is dat invaren de standaard wordt. In uitzonderingssituaties kan hiervan worden afgeweken.
     
  2. Minder snelle stijging AOW-leeftijd
    In het kader van het Pensioenakkoord is besloten de stijging van de AOW-leeftijd wat af te vlakken. Dit is overigens al in juli 2019 ingevoerd. De AOW-ingangsdatum is in 2020 66 jaar en 4 maanden en vanaf 2024 is dit 67 jaar. Daarna wordt dit gekoppeld aan de levensverwachting. Ook wordt de koppeling van de AOW-leeftijd en pensioenrichtleeftijd aan de resterende levensverwachting gematigd. Er is afgesproken elk jaar levenswinst wordt vertaald in 8 (en niet 12) maanden langer doorwerken en 4 maanden langer AOW-pensioen. 
     
  3. Bedrag ineens, versoepeling RVU en uitbreiding verlofsparen
    Bedrag ineens
    Deelnemers krijgen vanaf 2022 het recht om bij pensionering maximaal tien procent van de waarde van het opgebouwde ouderdomspensioen op te nemen als ‘bedrag ineens’. De resterende levenslange pensioenuitkering gaat dan naar evenredigheid omlaag. Het bedrag is vrij besteedbaar. 

    Versoepeling RVU
    Het wordt vanaf 2021 voor werkgevers mogelijk om met oudere werknemers afspraken te maken over eerder stoppen met werken, zonder dat daar een strafheffing over verschuldigd is. Van 2021 tot en met 2025 betalen werkgevers geen RVU-heffing voor vervroegde uittreding tot een bedrag dat netto overeenkomt met de AOW (ongeveer € 21.000 per jaar). Voorwaarde hiervoor is dat uittreding plaatsvindt in de laatste drie jaar vóór de AOW-leeftijd.

    Uitbreiding verlofsparen
    Er komt vanaf 2021 extra fiscale ruimte om afspraken te kunnen maken over het inzetten van bovenwettelijk verlof, mede om vervroegd uittreden mogelijk te maken. Nu kunnen werknemers maximaal 50 weken fiscaal gefaciliteerd verlof opsparen. Dit wordt verhoogd naar 100 weken. 
     
  4. Verplichte AOV zelfstandigen
    In 2019 is ook overeengekomen dat er een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor ZZP-ers moet komen. De Stichting van de Arbeid heeft in dit kader een voorstel gedaan en het kabinet wil dit advies overnemen.
     
  5. Nabestaandenpensioen
    In het Pensioenakkoord is afgesproken dat het nabestaandenpensioen (NP) meer wordt gestandaardiseerd waardoor het begrijpelijker wordt en risico’s worden beperkt. In het nieuwe systeem wordt voor het volgende gekozen:

    Het NP ingaande na pensioendatum wordt niet drastisch gewijzigd, omdat zich hier in de praktijk weinig problemen voordoen. Het NP ingaande bij overlijden vóór de pensioendatum wordt wél gewijzigd. Het wordt een pensioen op basis van risicodekking en de hoogte van het NP is gebaseerd op het salaris op het moment van overlijden. Niet meer op basis van de pensioengrondslag. De dekking is diensttijdonafhankelijk. De maximale fiscale ruimte is 50% van het salaris. Het uitgangspunt is een levenslange uitkering. Dit zou per 2022 in moeten gaan.

Tot slot

Het streven is om het wetsvoorstel inzake het Pensioenakkoord begin 2021 bij de Tweede Kamer in te dienen, zodat het aangepaste wettelijke kader per 1 januari 2022 kan worden ingevoerd. Het nieuwe pensioenkader moet dan uiterlijk per 1 januari 2026 op alle pensioenregelingen van toepassing zijn.

Het Pensioenakkoord raakt de pensioenregelingen van alle werkgevers en werknemers in Nederland. De komende jaren zal intensief moeten worden overlegd op welke wijze de pensioenregeling kan en moet worden aangepast. Tevens biedt het akkoord weer nieuwe mogelijkheden. Denk bijvoorbeeld aan de versoepeling van de regeling voor vervroegde uittreding.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met een van onze adviseurs.