Artikel:

Concept wetsvoorstel aanpassing aandelenoptieregeling

16 juli 2021

Recent is een conceptwetsvoorstel gepubliceerd ten aanzien van aandelenoptierechten. Op basis van dit wetsvoorstel wordt het mogelijk om het heffingsmoment over de aandelenoptierechten te verschuiven naar het moment dat de aandelen verhandelbaar zijn geworden.

De staatssecretaris van Financiën heeft in de periode 31 mei 2021 tot en met 30 juni 2021 een conceptwetsvoorstel tot aanpassing van de aandelenoptieregeling ter consultatie vrijgegeven.

Heffingsmoment aandelen verschuiven

Op basis van de huidige regeling is een aandelenoptierecht belast op het moment van uitoefening. Het conceptwetsvoorstel maakt het mogelijk om het heffingsmoment te verschuiven naar het moment dat de aandelen verhandelbaar zijn geworden. Immers zijn op dat moment liquide middelen beschikbaar om de verschuldigde belasting te voldoen. Onder het verhandelbaar worden van de bij uitoefening verkregen aandelen wordt het eerste moment waarop de betreffende werknemer de mogelijkheid heeft deze aandelen te vervreemden verstaan. Dat is niet alleen het geval wanneer de aandelen aan een willekeurige derde verkocht kunnen worden, maar ook wanneer de aandelen slechts aan een selecte groep verkocht kunnen worden. Bijvoorbeeld aan andere personen die binnen de onderneming werkzaam zijn.

Indien het wetsvoorstel van kracht wordt, geldend voor alle inhoudingsplichtigen, wordt deze maatregel per 1 januari 2022 ingevoerd. Tot dusver is bekend dat de maatregel in ieder geval onderdeel zal uitmaken van het Belastingplan 2022.

Fiscale tegemoetkoming voor startups met S&O-startersverklaring

Bovenstaande maatregel is in eerste instantie in het leven geroepen voor met name startups en scale-ups die vaak gebruikmaken van aandelenoptierechten om ondernemend, technisch en ICT-personeel aan te trekken en te betalen. Eerder is daarvoor per 1 januari 2018 een fiscale tegemoetkoming ingevoerd voor startups met een zogenoemde S&O-startersverklaring. Hierdoor wordt, onder voorwaarden en tot een bepaald maximum, slechts 75% van een genoten loon ter zake van een aandelenoptierecht in aanmerking genomen. Deze regeling blijkt onvoldoende doeltreffend en wordt in de praktijk niet of nauwelijks gebruikt. Indien bovengenoemd conceptwetsvoorstel van kracht wordt, zal deze regeling per 1 januari 2022 komen te vervallen.

Keuzeregeling conceptwetsvoorstel

Aangezien er niet altijd bij uitoefening van de aandelenoptierechten een gebrek is aan liquiditeiten, bevat het conceptwetsvoorstel ook een keuzeregeling. Op basis van de keuzeregeling kan de werknemer ervoor kiezen om (conform de huidige regeling) bij de uitoefening van het optierecht loonbelasting te betalen. Voorwaarde voor toepassing van de keuzeregeling is dat de werknemer zijn keuze uiterlijk op het moment van uitoefening van het aandelenoptierecht schriftelijk kenbaar maakt aan de inhoudingsplichtige.

Van uitstel komt geen afstel

Als loon wordt de waarde in het economische verkeer van de aandelen op dat moment in aanmerking genomen. Indien de werknemer de verkregen aandelen niet mag vervreemden als gevolg van een contractuele beperking, wordt het heffingsmoment uitgesteld. Om oneigenlijk gebruik en langdurig uitstel van heffing te voorkomen, wordt in dat geval het heffingsrecht uitgesteld tot maximaal vijf jaar na beursgang van de vennootschap waarin de aandelen worden gehouden. Als de vennootschap bij de uitoefening van het aandelenoptierecht al beursgenoteerd is, wordt het heffingsrecht uitgesteld tot maximaal vijf jaar na het moment van uitoefening.

Meer informatie

Wilt u meer weten over dit conceptwetsvoorstel? Neem dan contact op met uw contactpersoon binnen BDO of één van onze loonheffingenspecialisten. Zij helpen u graag.