Artikel:

Btw & WNT-bezoldiging: Wat is er gewijzigd?

17 december 2021

Tot enige tijd geleden was er onduidelijkheid over de btw-positie van de commissaris / toezichthouder. Aanleiding was onder meer de uitspraak ‘IO’ van het Hof van Justitie. In deze zaak oordeelde het Hof van Justitie dat voor de toezichthouder in kwestie geen sprake was van btw-ondernemerschap door het ontbreken van de hiervoor vereiste zelfstandigheid. Vóór deze uitspraak werd er in de praktijk van uitgegaan dat de toezichthouder wel btw-ondernemer is. 

Recent heeft de staatssecretaris van Financiën twee besluiten gepubliceerd waarin duidelijkheid wordt verschaft over de btw-positie van de commissaris en de gevolgen voor de situaties waarin niet langer sprake is van btw-ondernemerschap. Lees hierover ons artikel

Op grond van deze regelgeving - die terugwerkende kracht heeft tot 13 juni 2021 - kwalificeren toezichthouders (hele specifieke uitzonderingen daargelaten) niet langer als btw-ondernemer. Dit geldt dus ook voor toezichthouders die onder de Wet normering topinkomens (WNT) vallen. 

Voor de periode van 13 juni 2019 tot en met 6 mei 2021 is het voor toezichthouders toegestaan om btw in rekening te brengen. Voor de periode vanaf 7 mei 2021 is het voor toezichthouders niet langer toegestaan om btw in rekening te brengen. Dit leidt in de praktijk tot een aantal vragen rondom de WNT. In dit artikel geven wij meer inzicht in de WNT-gevolgen. 

Periode van 13 juni 2019 tot en met 6 mei 2021
De toezichthouder kan er voor kiezen om btw die in deze periode is gefactureerd te crediteren en de afgedragen btw terug te vragen bij de Belastingdienst. Deze correctie kan worden verwerkt in de btw-aangifte van het tijdvak waarin de creditfactuur wordt uitgereikt en mag worden verrekend met de btw-afdracht van andere activiteiten. Wanneer de btw wordt teruggevraagd, is de btw ten onrechte bij de WNT-instelling in rekening gebracht en moet deze worden teruggestort aan de WNT-instelling ervan uitgaande dat tussen de WNT-instelling en de toezichthouder een vergoeding exclusief btw is overeengekomen. Gebeurt dat niet dan wordt deze btw geacht deel uit te maken van de WNT-bezoldiging. Het totale bedrag moet dan voldoen aan de WNT-normen. De keuze om de afgedragen btw wel of niet terug te vragen bij de Belastingdienst ligt bij de toezichthouder. Wordt ervoor gekozen om de btw te crediteren, dan is goedgekeurd dat de btw-aftrek die is genoten ter zake van de toezichthoudende activiteiten niet hoeft te worden gecorrigeerd.
 
Periode vanaf 7 mei 2021
Vanaf 7 mei 2021 is het in rekening brengen van btw niet langer toegestaan. Is er toch btw in rekening gebracht, dan moet deze worden gecrediteerd. Er moet dan een creditfactuur worden uitgereikt en de gefactureerde btw moet worden terugbetaald aan de instelling. Gebeurt dat niet, dan wordt het terug te storten bedrag aangemerkt als WNT-bezoldiging. Let op: wanneer de WNT-bezoldiging van de toezichthouders gelijk is aan de norm, zal dit leiden tot een onverschuldigde betaling. Een tijdige correctie is dus noodzakelijk!  
 
Concreet betekent het voorgaande dat de toezichthouders voor de periode van 13 juni 2019 tot en met 6 mei 2021 de keuze hebben om de btw terug te vorderen bij de Belastingdienst en zij dit voor de periode vanaf 7 mei 2021 verplicht zijn.