Artikel:

Btw-problematiek bij opvang van vluchtelingen uit Oekraïne

24 mei 2022

 Update 8 juni 2022: afspraken VNG, ministeries en Belastingdienst

Vanwege de discussies over de btw bij de opvang van Oekraïense vluchtelingen is er een praktische afspraak gemaakt ten aanzien van de compensatie van btw. Dit houdt in dat gemeenten 30% van de btw op de gemaakte kosten mogen compenseren bij het Btw-compensatiefonds. De overige btw wordt aan de gemeenten vergoed via de specifieke uitkering.

Sinds het begin van de oorlog in Oekraïne zijn tienduizenden vluchtelingen naar Nederland gekomen. De stroom van vluchtelingen stelt Nederland voor een grote opgave, onder andere wat betreft de huisvesting. In dat kader is op 30 maart 2022 het noodrecht geactiveerd en hebben gemeenten formeel de wettelijke taak gekregen om vluchtelingen uit Oekraïne op te vangen.

Deze wettelijke taak is aan hen toebedeeld op grond van de Wet verplaatsing bevolking. Burgemeesters ontvangen hiervoor de benodigde financiële middelen en met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is afgesproken dat gemeenten er financieel niet op achteruitgaan. In dit artikel informeren we u over diverse btw-vraagstukken die spelen bij gemeenten en verhuurders van opvanglocaties.

Btw

Op grond van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) is het COA gehouden asielzoekers op te vangen in afwachting van een plaatsing in de gemeente. Deze taak wordt feitelijk uitgevoerd door gemeenten die daarvoor een vergoeding van het COA ontvangen. In 2016 heeft het Ministerie van Financiën aan de VNG bevestigd dat een gemeente bij het verzorgen van de crisisopvang niet als btw-ondernemer optreedt.

Met de activatie van het noodrecht staat wat ons betreft vast dat de gemeenten ook bij het verzorgen van de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne niet handelen als btw-ondernemer, omdat sprake is van een specifiek voor gemeenten geldend juridisch regime. Over de middelen die de gemeenten ontvangen is dan ook geen btw verschuldigd. Ook de VNG neemt dit standpunt in bij het overleg dat zij voeren met het Ministerie van Financiën over de btw-aspecten van de opvang.

Inschakelen van derden ten behoeve van de opvang van vluchtelingen

Om voldoende opvangplekken te kunnen realiseren, benaderen gemeenten onder andere zorginstellingen en (andere) maatschappelijke organisaties met de vraag of zij bereid zijn (leegstaande) locaties tegen vergoeding beschikbaar te stellen voor de opvang van vluchtelingen om een deel van de opvang te verzorgen. De instellingen ontvangen hiervoor van de gemeente een vergoeding, waardoor sprake is van een prestatie voor de btw. Verhuur is in beginsel een vrijgestelde prestatie en leidt niet tot aftrek. Echter, als het gaat om gemeubileerde verhuur of ‘all-in’-opvang zien wij mogelijkheden om het verlaagde btw-tarief van 9% toe te passen, net zoals bijvoorbeeld een hotel- of vakantiebestedingsbedrijf doet. Dit kan leiden tot een btw-voordeel bij de verhurende instelling, omdat hiermee de btw op de te maken kosten en investeringen in aftrek kan worden gebracht. Voor gemeenten hoeft btw-berekening geen nadeel te zijn (zie hierna).

Btw op kosten is compensabel

De gemeente maakt diverse kosten met btw voor de opvang. Hierbij kan nog discussie ontstaan of sprake is van een verstrekking aan één of meer individuele derde(n), waardoor compensatie zou zijn uitgesloten. Het Ministerie heeft in 2016 aangegeven dat een steeds wisselende groep van asielzoekers niet kwalificeert als een (groep) individuele derde(n). Ondanks dat vluchtelingen een andere groep betreft dan asielzoekers, zien wij ook in dit geval geen verstrekking aan een individuele derde. De btw is naar onze mening dus compensabel, tenzij sprake is van specifieke verstrekkingen aan individuele vluchtelingen (bijvoorbeeld het verstrekken van een fiets).

Meer informatie?

Als u vragen heeft of de mogelijkheden voor uw situatie wil laten beoordelen, neem dan contact op met een van onze adviseurs. Wij helpen u graag!