Artikel:

Belastingdienst intensiveert toezicht op stichtingen en verenigingen

12 april 2019

Aankondiging toezicht sportbranche

In 2017 heeft de Belastingdienst besloten de handhaving van de belastingplicht van stichtingen en verenigingen (hierna genoemd: ‘stivers’) te intensiveren. Onterecht heerst namelijk vaak de gedachte dat er geen belastingplicht is als in de oprichtingsakte geen winstoogmerk is opgenomen.

Voor 2019 heeft de Belastingdienst aangekondigd om onder andere te focussen op de sportbranche. De Belastingdienst zal in eerste instantie voorlichting verstrekken. Daarna zal de Belastingdienst vragenformulieren aan de stivers versturen en op basis van de antwoorden de belastingplicht (her)beoordelen. De Belastingdienst heeft aangegeven dat als sprake is van belastingplicht deze zal ingaan met ingang van het volgende jaar. De belastingplicht gaat eerder in als sprake is van constructies en/of serieuze concurrentie.

Belastingplicht stichtingen en verenigingen

Indien stivers dezelfde economische activiteiten als bedrijven verrichten, dan gelden voor hen in principe ook dezelfde fiscale regels. Dit kan leiden tot een belastingplicht voor de loonheffing, omzetbelasting en/of vennootschapsbelasting. Denk hierbij aan bijvoorbeeld fondsenwerving. Door het (her)beoordelen van de belastingplicht van stivers bestrijdt de Belastingdienst oneerlijke concurrentie met het bedrijfsleven.

Als een stiver belastingplichtig is voor de loonheffing, omzetbelasting en/of vennootschapsbelasting betekent dit niet altijd dat zij belasting dienen te betalen. Er kan een specifieke regeling of vrijstelling van toepassing zijn.

Loonheffingen

De vrijwilligersregeling kan van toepassing zijn als de stiver gebruikmaakt van vrijwilligers. Een vrijwilliger mag in 2019 voor zijn arbeid en eventuele andere kosten, onbelast maximaal € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar ontvangen. Dit is inclusief vergoedingen en verstrekkingen in natura. Tot en met 2018 was dit € 150 per maand en € 1.500 per kalenderjaar. Als de vergoeding deze bedragen overschrijdt, mag de vrijwilligersregeling niet worden toegepast.

Omzetbelasting

Diensten die nauw samenhangen met de beoefening van sport of met lichamelijke opvoeding, zijn vrijgesteld van omzetbelasting. Dit met uitzondering van:

  1. het verlenen van toegang tot wedstrijden, demonstraties en dergelijke;
  2. het ter beschikking stellen van lig- en bergplaatsen voor vaartuigen die op grond van objectieve kenmerken niet geschikt zijn voor sportbeoefening.

Deze vrijstelling geldt alleen als de stiver geen winstoogmerk heeft (tot 1 januari 2019 gold de sportvrijstelling niet voor sportdiensten aan niet-leden en het ter beschikking stellen van een sportaccommodatie.)

Daarnaast kan de sportbranche gebruikmaken van de vrijstelling voor fondsenwerving. Om concurrentieverstoring te voorkomen, is deze vrijstelling beperkt. Dit geldt voor leveringen tot € 68.067 en diensten tot € 22.689, zodra deze van bijkomstige aard zijn (voor sport geldt een verhoogde dienstenvrijstelling tot € 50.000).

Op 1 januari 2020 treedt de nieuwe kleineondernemersregeling in werking. In Nederland gevestigde stivers met minder dan € 20.000 omzet kunnen dan kiezen voor een vrijstelling voor het doen van aangifte omzetbelasting.

Vennootschapsbelasting

Stivers zijn belastingplichtig indien en voor zover zij een onderneming drijven. Er geldt een vrijstelling van vennootschapsbelasting als:

  • de fiscale winst in een jaar niet meer bedraagt dan € 15.000, of;
  • de fiscale winst in een jaar en de daaraan voorafgaande vier jaren bij elkaar niet meer is dan € 75.000.

Voldoet de stiver hieraan, dan hoeft zij geen aangifte vennootschapsbelasting te doen.

Heb je vragen over een mogelijke belastingplicht van de sportvereniging of -stichting en de fiscale gevolgen daarvan? Neem gerust contact op met één van onze specialisten.