Artikel:

Alle aandelen in de familie en toch verplicht verzekerd?

03 november 2017

De verzekeringsplicht (en premieplicht) voor de werknemersverzekeringen luistert nogal nauw. Het lijkt zo eenvoudig om die te bepalen, maar is dat niet altijd. Daarom gaat het regelmatig fout. De casus die recent bij het Hof Arnhem-Leeuwarden voor lag is daar een voorbeeld van.

Verzekeringsplicht

Mevrouw A bezat 50% van de certificaten uitgegeven door C B.V. De resterende certificaten waren in het bezit van haar drie kinderen. C. B.V bezat 100% van de aandelen van Beheer B.V. die op haar beurt weer alle aandelen bezat in X B.V. Mevrouw A was enig bestuurder van Beheer B.V. en samen met één van haar kinderen en een derde bestuurder van C B.V.

De vraag was of mevrouw A als werknemer voor de werknemersverzekeringen beschouwd moest worden met betrekking tot de werkzaamheden die zij verrichtte voor X B.V. En die vraag hebben zowel de rechtbank als het gerechtshof bevestigend beantwoord.
Vreemd? Ja in eerste opzicht wel. Je zou zeggen dat nu zij en haar directe familie alle certificaten bezaten verzekeringsplicht niet aan de orde zou komen.

Maar dat is niet zo. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad staat de bestuurder altijd in dienstbetrekking tot de B.V. waarvoor hij als bestuurder werkzaam is. Ook al bezit hij alle aandelen. Voor de werknemersverzekeringen is er wel een escape: de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder. In dit geval de “oude” regeling (de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder is per 1 januari 2016 gewijzigd, de casus handelde over een eerder jaar). De tekst van de oude regeling bevatte echter geen bepaling die er toe leidde dat mevrouw A aan de verzekeringsplicht kon ontsnappen.

De huidige Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder is met betrekking tot deze casus enigszins tegenstrijdig. Op grond van de letterlijke tekst is een vereiste onder de huidige regeling dat het om een bestuurder handelt die (eventueel middellijk) aandelen bezit in de vennootschap waar hij (of zij) bestuurder is. Mevrouw A bezat echter geen aandelen, maar slechts certificaten. Uit de in de toelichting opgenomen voorbeelden valt echter te concluderen dat aandelenbezit niet per definitie een voorwaarde is, zodat de moeder in deze casus toch buiten de verzekeringsplicht zou vallen.

Meer informatie

De onderhavige uitspraak laat weer eens zien dat het verstandig is om de verzekeringsplicht van bestuurders goed te bezien. Heeft u hulp nodig? De specialisten van de Adviesgroep Loon- & Premieheffing helpen u graag. U kunt hen telefonisch bereiken via (070) 338 07 22 of stuur een e-mail.