BDO Nederland gebruikt cookies en trackingtechnologieën om het browser-gebruik op onze site te verbeteren, gepersonaliseerde content te tonen en traffic te analyseren. Door het gebruik van onze website, stemt u in met het gebruik van functionele cookies. Door op onderstaande button te klikken, stemt u in met analytische cookies. Lees meer over ons cookiebeleid en privacybeleid.
Artikel:

Aangaan van een beperkte huwelijksgemeenschap van bankrekening is geen schenking

30 december 2019

Wat was de situatie?

Een zeer vermogende man (€ 150 mln) en een minder vermogende vrouw (€ 1 mln) zijn op 22 september 2008 met elkaar getrouwd. Voorafgaande aan hun huwelijk zijn zij langs de notaris geweest en hebben zij huwelijkse voorwaarden opgesteld die ingaan op het moment dat het huwelijk wordt voltrokken. In de huwelijkse voorwaarden hebben zij opgenomen dat iedere gemeenschap van goederen is uitgesloten, met uitzondering van een bank- en effectenrekening en daaraan gekoppelde termijndeposito’s. Na het bezoek aan de notaris, maar voorafgaande aan de dag van hun huwelijk, heeft de man € 10 mln gestort op de bewuste bankrekening. Vervolgens zijn de man en de vrouw op  22 september 2008 getrouwd, waardoor de huwelijkse voorwaarden van kracht zijn geworden. De bankrekening met het daarop staande saldo behoort vanaf dan tot de beperkte huwelijksgemeenschap waartoe zij beiden gerechtigd zijn.

De inspecteur meent dat de man € 5 mln aan de vrouw heeft geschonken en legt aan de vrouw een aanslag schenkbelasting op. De vrouw is het hier niet mee eens en gaat in bezwaar en beroep.

Wat zegt oude jurisprudentie?

De Hoge Raad heeft in een ver verleden op 28 januari 1959 beslist dat het wijzigen van het huwelijksgoederenregime van een zogenoemde koude uitsluiting naar een algehele gemeenschap van goederen tijdens het huwelijk geen schenking is. Volgens een later arrest van 17 maart 1971 is daarvan zelfs geen sprake als de wijziging in een algehele gemeenschap van goederen in het zicht van overlijden gebeurt. Zolang de huwelijksgemeenschap bestaat, heeft degene die (vermoedelijk) bevoordeeld wordt, namelijk geen mogelijkheid om dit te realiseren. Bovendien blijven gedurende het huwelijk vermogensverschuivingen plaatsvinden, zodat pas bij het einde van het huwelijk duidelijk is wat de echtgenoten kunnen verdelen. Op dat moment is er echter op basis van de wet geen mogelijkheid om (alsnog) schenkbelasting te heffen.

Sinds die tijd is het onduidelijk of hetzelfde geldt voor de wijziging van koude uitsluiting naar een beperkte gemeenschap van goederen. De Staatssecretaris van Financiën stelt zich daarbij zeer terughoudend op en is van mening dat bij het aangaan van een beperkte gemeenschap van één goed sprake is van een schenking. De vermogensverschuiving is dan volgens de Staatssecretaris bepaalbaar.

Het is daarbij volgens hem niet relevant of de beperkte gemeenschap ontstaat bij het aangaan van het huwelijk of dat de beperkte gemeenschap tijdens het huwelijk wordt gecreëerd nadat er eerst sprake was van koude uitsluiting.

Hof Arnhem-Leeuwarden meent dat het aangaan van een beperkte gemeenschap geen schenking is

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft de vrouw in deze procedure in het gelijk gesteld. Onder verwijzing naar de hiervoor genoemde oude jurisprudentie uit 1959 en 1971 meent het Hof dat er ook bij het aangaan van een beperkte gemeenschap nog geen voltooide vermogensverschuiving heeft plaatsgevonden. Zolang de beperkte gemeenschap bestaat, is niet bekend wat de echtgenoten aan het einde van de beperkte gemeenschap kunnen verdelen.

Afwachten op oordeel Hoge Raad

Wij gaan ervan uit dat de Belastingdienst in cassatie zal gaan. Ondanks dat zowel rechtbank als hof op basis van oude arresten menen dat geen sprake is van een schenking, is het afwachten of de Hoge Raad ook nog steeds dezelfde mening is toegedaan. Wij houden u uiteraard op de hoogte.