BDO Nederland gebruikt cookies en trackingtechnologieën om het browser-gebruik op onze site te verbeteren, gepersonaliseerde content te tonen en traffic te analyseren. Door het gebruik van onze website, stemt u in met het gebruik van functionele cookies. Door op onderstaande button te klikken, stemt u in met analytische cookies. Lees meer over ons cookiebeleid en privacybeleid.
Artikel:

Btw privégebruik woning - bezwaar tegen de eigen aangifte?

27 november 2019

Onlangs oordeelde het Hof Arnhem-Leeuwarden dat geen btw is verschuldigd wegens privégebruik van een woning door vennoten van een Vof. Volgens het Hof is deze woning in het verleden door de vof ten onrechte tot het bedrijfsvermogen gerekend.

Aftrek van voorbelasting bij een vof

Wanneer vennoten van een vof op hun naam goederen aanschaffen die zij ook gebruiken voor de zaak, kan de vof de btw op de gemaakte kosten in aftrek brengen. Dit volgt uit een uitspraak van de Hoge Raad uit 1983. Op basis van deze uitspraak werd over het algemeen aangenomen dat ook de btw op woon-werkpanden waarin door een vennoot geïnvesteerd is, in aftrek kon worden gebracht door de vof.  

Woon-werkpanden in de btw 

Tot 1 januari 2011 gold dat bij woningen die zowel privé als zakelijk worden gebruikt (hierna: woon-werkpanden) de woning volledig tot het zakelijk vermogen kon worden gerekend. Vervolgens moest ter zake van het privégebruik in tien jaar tijd btw worden terugbetaald. Vanaf 1 januari 2011 is dit niet meer mogelijk. De btw op een woon-werkpand is dan slechts aftrekbaar voor zover de woning zakelijk wordt gebruikt. Met een toe- of afname van het zakelijk gebruik wordt rekening gehouden via de herzieningsregels. Wanneer, zoals in de zaak van Hof Arnhem-Leeuwarden, al voor 1 januari 2011 een start gemaakt was met de bouw van de woning, maar de woning op of na 1 januari 2011 in gebruik zijn genomen, vallen de kosten gemaakt voor 1 januari 2011 nog onder de oude regeling. De btw-aftrek op die kosten blijft dan dus in stand. 

De zaak van Hof Arnhem-Leeuwarden

Belanghebbende in de zaak van Hof Arnhem-Leeuwarden is een vof. Zij exploiteert een kwekerij waarvoor zij als btw-ondernemer is aangemerkt. De vennoten van de vof zijn met elkaar gehuwd en hebben een woning laten bouwen tussen 2008 en 2011. Deze woning staat op naam van één van de vennoten. De vennoten wonen in een deel van het pand en staan toe dat de vof een ander deel van het pand gebruikt voor zakelijke doeleinden. De vof heeft de woning tot haar bedrijfsvermogen gerekend en de btw op de bouwkosten in aftrek gebracht. Jaarlijks voldoet de vof btw ter zake van het privégebruik van de woning. 

Naar aanleiding van het Champignonkwekerij-arrest stelt de vof dat zij over het vierde kwartaal 2015 geen btw is verschuldigd wegens privégebruik van de woning. De Hoge Raad oordeelde in dat arrest dat de vof in kwestie het woon-werkpand ten onrechte tot het bedrijfsvermogen had gerekend. Hierbij merken wij op dat in dat geval de vof bestond uit drie vennoten en de woning van twee van deze vennoten was. 

Het Hof oordeelt dat niet kan worden geconcludeerd dat de woning tot het bedrijfsvermogen van de vof behoort. De woning is namelijk eigendom van de vennoten en wordt ook door hen bewoond. Daarnaast staan de vennoten de vof toe een deel van de woning voor zakelijke doeleinden te gebruiken. Hierdoor heeft de vof niet de feitelijke beschikkingsmacht over de woning. Deze berust namelijk bij de vennoten. 

Het Hof komt daarmee tot het oordeel dat de vof de woning destijds ten onrechte tot haar bedrijfsvermogen heeft gerekend en de voorbelasting over de bouw heeft afgetrokken. Nu de woning niet tot het bedrijfsvermogen van de vof behoort, is de vof geen btw verschuldigd ter zake van het privégebruik van de woning door de vennoten.

Gevolgen voor de praktijk

Mogelijk doet deze situatie zich ook in uw geval voor. Dat kan alleen het geval zijn indien de woning voor 1 januari 2011 in gebruik is genomen of gebruik is gemaakt van de overgangsregeling, zoals hiervoor besproken. Is dat het geval, dan kan het, gelet op deze uitspraak, voor u gunstig zijn bezwaar aan te tekenen tegen de eigen btw-aangifte waarin u het privégebruik aangeeft. Gelet op de gevolgen die het oordeel van Hof Arnhem-Leeuwarden heeft voor de praktijk, gaan wij er namelijk vanuit dat beroep in cassatie zal worden ingesteld tegen deze uitspraak en dat het oordeel dus nog niet definitief is. Uiteraard zijn we u hierbij graag behulpzaam.

Ook voor situaties vanaf 1 januari 2011 is de uitspraak naar onze mening van belang. Het Hof oordeelt namelijk dat de vof de woning niet tot het bedrijfsvermogen mag rekenen. De vraag is of daarmee in de ogen van het Hof ook de btw op het zakelijk gebruikte gedeelte in het verleden ten onrechte in aftrek is gebracht. De btw zou dan ook onder de huidige regels voor het zakelijk gebruikte gedeelte, als wij het Hof volgen, niet in aftrek kunnen worden gebracht. Zoals aangegeven verwachten wij dat beroep in cassatie zal worden ingesteld tegen deze uitspraak. Naar onze mening kan bepleit dat het zakelijk gebruikt gedeelte aan de vof ter beschikking staat, waardoor de btw wel voor aftrek in aanmerking zou moeten komen.

Ten slotte merken wij op dat de problematiek ook kan spelen bij roerende zaken die door de vennoten van een vof worden aangeschaft en zowel zakelijk als privé worden gebruikt, bijvoorbeeld een auto, telefoon of tablet. De vraag die beantwoord moet worden is of de vof de feitelijke beschikkingsmacht heeft over deze roerende zaken en deze daarom tot het bedrijfsvermogen kan rekenen. Naar onze mening ligt dit bij deze roerende zaken wel wat anders dan bij een woning die primair de privébehoeften van de vennoten dient. 

Meer informatie

Als u nog vragen heeft over de gevolgen van deze uitspraak, kunt u uiteraard contact opnemen met een van onze adviseurs.