Schaf de productieplafonds in de zorg af

In plaats van het huidige zorgstelsel af te serveren, moeten we het verder verbeteren. Met niet alleen meer geld, maar ook een nieuwe contracteringssystematiek en een risicodragende rol van de zorgverzekeraars.

De kruitdampen zijn neergedaald, de verkiezingsstrijd is voorbij. En één ding weten we ondertussen zeker: van een Nationaal Zorgfonds zal het niet komen. De SP heeft het met veertien zetels misschien beter gedaan dan de laatste weken verwacht, maar verkeert niet in de positie om die terugkeer naar het Ziekenfonds tot inzet te kunnen maken van een nieuw regeerakkoord.

Dat is ook niet nodig. Los van de wijze waarop dat fonds bekostigd had moeten worden, denken wij dat de Nederlandse gezondheidszorg op dit moment gebaat is bij continuïteit van het stelsel. De afgelopen tien jaar waren een periode van ongekende onrust op het gebied van de regelgeving. Dat begon met de invoering van marktwerking in 2006 en eindigde met de drie decentralisaties in het sociaal domein, per 1 januari 2015. Zorginstellingen, welzijnsinstellingen en gemeenten zijn nog volop bezig de implicaties van al dat beleid te verwerken en zullen nog jaren nodig hebben om de maatschappelijke voordelen waar al die wijzigingen in uit moeten monden, daadwerkelijk te realiseren. Een ingrijpende stelselwijziging zal dat proces weinig goed doen.

Marktwerking is uit

Maar wat dan wel? Wij hebben tijdens de verkiezingsstrijd een analyse uitgevoerd van de verschillende partijprogramma’s op het gebied van de zorg. Kort en goed: marktwerking is uit, innovatie (e-health) is in, de patiënt/cliënt moet in de regie, er moet meer nadruk komen op preventie, de ouderenzorg moet extra geld krijgen, het basispakket moet worden verbreed en het eigen risico in de basisverzekering moet omlaag, dan wel afgeschaft worden.

De partijen aan de midden/rechterzijde van het politieke spectrum zoeken hun oplossingen meer in het stimuleren van de burger zelf bij het organiseren van preventie, welzijn en zorg in combinatie met een meer prominente rol voor de huisarts. Aan de linkerzijde zoekt men voor diezelfde burger vooral kostenverlaging via het eigen risico, centrale inkoop van medicijnen en zorgmiddelen en het Nationaal Zorgfonds.

Opvallend afwezig is de vraag waar de sector gekwalificeerde mensen moet gaan halen. Een blinde vlek, gezien de wurgende krapte op de arbeidsmarkt voor verzorgend personeel. En verder geldt voor alle partijen dat er meer geld naar de zorg gaat, maar dat een degelijke financiële onderbouwing – behalve voor de PvdA met betrekking tot de ouderenzorg – van de plannen ontbreekt.

Geen hoge verwachtingen

BDO koestert geen hoge verwachtingen van wat in de diverse verkiezingsprogramma’s is opgenomen. De beloften zijn vaag, de cijfers doorgaans niet of slecht onderbouwd. In plaats daarvan willen we de aandacht vestigen op de zorgverzekeraars. Niet vanuit de vraag of ze moeten worden afgeschaft of niet, maar vanuit de vraag of ze hun rol van regisseur in de zorgmarkt daadwerkelijk waarmaken. In onze visie doen ze dat nu nog te weinig en dat heeft alles te maken met de gehanteerde productieplafonds om verdere groei van de zorgkosten tegen te gaan.

In het stelsel zoals het nu is ingericht, krijgen de zorgverzekeraars van het ministerie opgelegd met hoeveel procent de zorguitgaven mogen groeien. Dat plafond leggen zij op hun beurt neer bij de zorginstellingen. Met bijvoorbeeld een ziekenhuis spreekt de verzekeraar af voor welk bedrag zorg wordt ingekocht. Levert het ziekenhuis dat jaar meer zorg, dan is dat in principe voor eigen rekening en risico. Veel ziekenhuizen leveren voor miljoenen aan ‘ongedekte’ zorg per jaar.

Creative destruction

Los van de vraag of dat niet juist een taak van een verzekeraar is, is het probleem met deze systematiek dat er nauwelijks of geen incentive is voor ziekenhuizen om hun kwaliteit of efficiency te verbeteren. Instellingen die onderscheidende zorg leveren op een bepaald gebied en daar succesvol mee zijn, kunnen daar geen ‘groei’ mee bewerkstelligen, want ze lopen al snel tegen het budgetplafond aan. Daardoor kan het aloude mechanisme van creative destruction zijn werk niet doen: vernieuwende zorg kan niet groeien omdat inefficiënte of ineffectieve zorg blijft bestaan. De mogelijkheden van e-health en preventie worden hierdoor onvoldoende benut.

In de visie van BDO is binnen het huidige stelsel een nieuwe, intelligente systematiek nodig, niet slechts gebaseerd op budget, maar op van tevoren afgesproken kpi’s ten aanzien van kwaliteit van zorg en resultaat van behandelingen. Doen we dat in een context van preventiebeleid en samenwerking binnen de zorgketen, dan praten we over een echt innovatieve aanpak, waarvan het nog maar de vraag is of en hoeveel extra geld daarvoor nodig is.

Risicodragende marktregisseurs

Maar een dergelijke innovatieve systematiek kan in onze ogen alleen succesvol worden ingevoerd door zorgverzekeraars die niet alleen financiële risico’s doorgeven, maar deze ook zelf dragen. Alleen als er meer voor ze op het spel staat, zullen de zorgverzekeraars duidelijkere keuzes gaan maken waardoor doelmatige preventie of vernieuwende zorg gaat groeien ten koste van achterhaalde zorg.

In 2006 hebben de zorgverzekeraars de rol gekregen van marktregisseurs. Laten we hén niet afschaffen, maar de budgetplafonds. En het zorgstelsel voorzien van een nieuwe, innovatieve aanpak met bijbehorende middelen, waarin de zorgverzekeraars hun rol werkelijk ten goede kunnen spelen.