Rechter maakt schoon schip met Wet DBA

Zolang de Wet DBA niet van tafel is en het begrip dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst niet drastisch is aangepakt, loopt iedereen die ‘een derde’ voor zich laat werken forse risico’s. Dat geldt ook voor particulieren.

‘Rechter legt vrouw boete op van 8.500 euro voor ontslaan werkster’

Dit was de kop van een artikel dat 14 maart op de website van de Volkskrant te lezen was. Strikt genomen is die kop niet helemaal juist. Mevrouw had via een bemiddelingsorganisatie een huishoudelijk werkster in dienst waar zij niet tevreden over was – en ontsloeg haar.

De werkster vocht dit aan bij de kantonrechter. Die stelde de werkster in het gelijk. Mevrouw moest een ontslagvergoeding, achterstallig loon over de ziektedagen en de proceskosten betalen: samen goed voor zo’n € 8.500. In feite is er dus geen sprake van een boete, maar een veroordeling tot het alsnog betalen van schulden.

Niet verbazingwekkend

De uitkomst van deze procedure kwam voor mij niet als een verrassing. Deze mevrouw maakte doorgaans zo’n vier tot vijf dagen per week gebruik van de diensten van de werkster. Als de werkster minder dan 4 dagen werkte, hoefde mevrouw geen loonheffingen af te dragen en golden er voor het civiele recht bijzondere (soepelere) regels. Dit was echter niet het geval.

Was er sprake van een dienstbetrekking?

Als ik op de site van de bemiddelaar kijk, staat ook daar dat mevrouw een dienstbetrekking aangaat met de werkster. Daarvoor is onder meer van belang dat er sprake is van een gezagsverhouding en de verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten. Blijkbaar oordeelde de kantonrechter dat dit het geval was. Op basis van een mondelinge of schriftelijke overeenkomst en, belangrijker, de feiten en omstandigheden waaronder de werkzaamheden plaatsvonden.

Biedt een modelovereenkomst  uitkomst?

De volgende vraag die zich dan aandient, is of een modelovereenkomst uitkomst had kunnen bieden? Ja, dat zou voor de loonheffingen best wel eens het geval kunnen zijn. Er is bijvoorbeeld een modelovereenkomst voor de thuiszorg, waarbij de werkzaamheden deels overlappend zijn met die van de werkster. Of mevrouw dat in de procedure geholpen zou hebben, is echter maar zeer de vraag. De civiele rechter heeft namelijk niet zoveel van doen met de modelovereenkomsten. Die kunnen wel een (marginale) rol spelen bij de beoordeling van de arbeidsrelatie, maar zijn zeker niet van doorslaggevende betekenis.

Niet verbazingwekkend maar wel angstaanjagend

De uitspraak van de rechter laat zien dat het afnemen van dienstverlening sneller als werkgeverschap kan worden betiteld dan door vele opdrachtgevers gedacht. Zeker als de arbeidsovereenkomst ruimte tot interpretatie overlaat. Mevrouw wacht mogelijk ook nog een naheffing van de Belastingdienst. De uitspraak toont ook aan dat stil zitten, zolang de Wet DBA van kracht is, geen veilige optie is. Niet voor particuliere maar zeker niet voor zakelijke opdrachtgevers.

Meer weten?

Wilt u meer weten over hoe u de risico’s van de Wet DBA kunt voorkomen of beperken? Neem dan contact op met de Adviesgroep Loon- & Premieheffing. Onze specialisten bezoeken u graag voor een vrijblijvend gesprek. Mail naar alp@bdo.nl of bel (070) 338 07 22.