Internationaal groeien is fantastisch, maar hoe behoud je het ‘familiebedrijfgevoel’?

In een eerdere blog schreef collega Joost Vat over een groot familiebedrijf dat graag stappen in het buitenland wilde zetten, maar daar als organisatie eigenlijk nog niet klaar voor was. De boodschap was toen: zorg dat je als organisatie thuis alles op orde hebt, voor je een internationaal avontuur aangaat. 

Eén van onze cliënten, conservenbedrijf Coroos uit Kapelle, is een mooi voorbeeld van een familiebedrijf dat al een paar stappen verder is in dat proces. Het is een van de zes familiebedrijven die geportretteerd zijn in de nieuwste editie van ons familiebedrijvenboek, dat dit jaar internationalisering als thema heeft. Als een van de grootste conservenbedrijven van Nederland is Coroos vooral actief in white label groenten en fruit: sperziebonen, doperwtjes, rode kool, etc. Opgericht in 1957, en inmiddels een zaak met een omzet van 200 miljoen euro en 400 mensen in dienst. Lang werd het bedrijf gerund door vier broers van de tweede generatie, zoons van de oprichter, maar die nemen langzamerhand afscheid. 

Het mooie van het familiebedrijf behouden

Coroos is al lang internationaal actief – dat moet ook wel in die markt, want de oogsttijden zijn kort en bij een misoogst in de ene regio, moet je kunnen terugvallen op een andere. Bovendien is de markt in Nederland geconsolideerd. Om verder te internationaliseren, onder meer via overnames, trok Coroos in 2011 een externe CEO aan, Herman Holtus. Hij vertelt in het boek hoe hij eerst intern te werk is gegaan. 

“Toen ik kwam, had Coroos een omzet van ruim 150 miljoen en groeide het nog altijd door. Een onderneming van die schaal wordt steeds moeilijker te runnen door een klein groepje mensen die alles weten – hoe goed ze het ook jarenlang gedaan hebben. Dus we zijn de afgelopen jaren bezig geweest om de structuur aan te pakken, de processen te verbeteren, een bredere managementlaag aan te leggen en meer op data-analyses te sturen. Maar tegelijk hebben we wel geprobeerd het mooie van het familiebedrijf te behouden.” 

Hoe behoud je het “ons kent ons” gevoel bij internationalisering?

Het is precies die spanning die veel familiebedrijven die internationaal groeien ervaren: hoe behoud je het typische familiebedrijf-gevoel – korte lijnen, “ons kent ons”, jarenlange relaties met personeel en leveranciers – en kun je tegelijkertijd steeds meer opereren als een multinational? 

Maar ook: hoe stem je als externe directie de plannen en ambities af met de wensen van de familieleden en houd je de familie aangehaakt? En hoe richt je dan de governance in? Coroos heeft daar veel stappen in gemaakt, onder meer door het opstellen van een familiestatuut en creëren van een structuur waarbij de hele familie zich betrokken voelt bij het bedrijf en er veel informatie wordt uitgewisseld. 

Sturen op de cijfers

In het boek vertellen directeur Herman Holtus en Dies Oostrom – familielid van de derde generatie – ook hoe belangrijk het is om de juiste balans te vinden tussen verzakelijking en sturen op de cijfers enerzijds, en het voor die branche broodnodige onderbuikgevoel, het ‘naar buiten kijken hoe het land erbij ligt’ anderzijds. En ze vertellen over de snelheid van innovatie die alleen bij een familiebedrijf mogelijk is. Herman Holtus: “Dat is het leuke van een familiebedrijf: als we beslissen om iets te gaan doen, en iedereen is enthousiast, dan krijgen we het op korte termijn voor elkaar.”

Vraag het Familiebedrijvenboek aan

Lees deze en andere lessen, inspirerende verhalen, tips en onderzoeksresultaten in ons nieuwste familiebedrijvenboek. Benieuwd geworden? Vraag het boek aan via onderstaande button.  

Vraag boek aan