De financiële kant van bedrijfsopvolging binnen het familiebedrijf

Het plaatje aan de buitenkant zag er zo mooi uit. Vader en moeder hebben een mooi horecabedrijf en zoon en dochter werken in de zaak. En ja, ze willen het graag samen overnemen van hun ouders. Dochter is een uitstekende kok en gastvrouw en zoonlief is goed met personeel en de organisatie. Ze kunnen het bovendien goed met elkaar vinden, zowel thuis als op de zaak.

Kinderen nog niet klaar voor het echte werk

Deze ondernemer kende ik uit een van mijn zakelijke netwerken. Omdat de kinderen nadrukkelijk op de deur klopten, werd ik benaderd door vader of ik als adviseur het bedrijfsopvolgingsproces wilde opstarten.  Daarom ben ik eerst eens met alle vier de gezinsleden apart in gesprek gegaan. De aftrap was voor de ondernemer; de vader (64 jaar). Supertrots en ging nog iedere dag met plezier naar zijn zaak. Hij voelde zich nog goed en wilde zeker nog zes jaar door. Zijn kinderen waren goed op weg, maar waren volgens hem nog niet klaar voor het echte werk.

De kinderen bleken evenwel in de gesprekken een goed beeld te hebben van het ondernemerschap en ook de weg die de onderneming zou moeten inslaan. Er lag zelfs al een aanzet tot een businessplan, maar zij worstelden nog met de financiële paragraaf. Vader en moeder bleken overigens niet op de hoogte van dit plan, en de kinderen zagen of hoorden ook nooit iets over de financiële kant van de zaak. Alleen de omzet werd maandelijks besproken aan de keukentafel.

Al het vermogen in het pand

Logische vervolgstap was voor mij om in die financiën te duiken. De balans liet een mooi eigen vermogen zien, maar geld op de bank was er niet. Het volledige eigen vermogen, en ook het pensioen (pensioenvoorziening op de balans) was in het bedrijfspand gestoken. Al pratende met de ouders (de ondernemers) bleek hier een grote zorg te zitten. Bedrijfsoverdracht betekende in hun ogen dat ze afhankelijk werden van de kinderen voor hun inkomen en pensioen. Ik kon ook goed begrijpen dat ze dit niet zo wilden.

Doorwerken voor geld op de bank

Hun ‘boekhouder’ had hen altijd geadviseerd zo snel mogelijk hun leningen af te lossen. Het pensioen stond volgens hem ‘op de gevel’; de naam op de gevel stond voor de goodwill die in het bedrijf zat. De boekhouder was ondertussen al vijf jaar weg. De resultaten van de afgelopen jaren waren inderdaad gebruikt als aflossing op de leningen, maar ook in de verbouwing van het pand en het vele onderhoud dat nodig was. Vader wilde nu nog zes jaar werken om in zijn bedrijf te kunnen sparen voor zijn pensioen, dat immers op de bank moest komen te staan. Dat de opvolgers nog niet klaar zouden zijn bleek dus eigenlijk niet de ware reden waarom vader nog niet wilde overdragen.

Inzicht in de cijfers

Geen liquide middelen in de onderneming betekent uiteraard niet dat een bedrijf onverkoopbaar is. Mijn advies is daarom om bij opvolging van het familiebedrijf tijdig met het rekenwerk te beginnen. Bepaal de waarde van de onderneming en in dit geval ook van het pand. In de praktijk blijkt dat financiering vaak goed mogelijk is, zeker als sprake is van goede en stabiele resultaten van de onderneming. Financiële planning van de toekomstige privé-situatie van de overdragende generatie (in dit geval vader en moeder) geeft vaak veel inzicht hoeveel geld nodig is om zorgeloos verder te leven na de bedrijfsoverdracht.

In ons magazine Anders leest u meer inspirerende cases, onder andere van Newasco Wasserij Van Houten, dat al sinds 1791 in de familie blijft.

Lees magazine Anders