Voorjaarsnota 2026: zes opmerkelijke belastingconstructies in beeld
Voorjaarsnota 2026: zes opmerkelijke belastingconstructies in beeld
Op vrijdag 27 maart 2026 is de Voorjaarsnota 2026 aan de Tweede Kamer aangeboden. Net als in voorgaande jaren bevat de Voorjaarsnota een overzicht van zogenoemde opmerkelijke belastingconstructies, met daarbij een toelichting op mogelijke maatregelen om deze constructies aan te pakken. De lijst van 2026 omvat in totaal negen constructies, waarvan drie reeds zijn aangepakt in het Belastingplan 2026. In dit artikel gaan wij kort in op de zes constructies waarvoor nog (nadere) maatregelen worden voorbereid.
Door deze constructie kan het (klein)kind vaak (een deel van) de schenkbelastingvrijstelling en het lage schenkbelastingtarief benutten. De jaarlijks ontvangen rente wordt fiscaal niet aangemerkt als een aanvullende schenking en is daardoor niet belast met schenkbelasting.
Bij overlijden staat de schuld aan het (klein)kind nog open. Deze schuld verlaagt de nalatenschap, waardoor doorgaans minder erfbelasting verschuldigd is. Ook de betaalde rente verkleint de nalatenschap.
Het kabinet onderzoekt twee maatregelen om papieren schenkingen minder aantrekkelijk te maken:
Indien een dergelijke lening met een te lage rente wordt verstrekt aan een bv om (indirect) de aandeelhouder te bevoordelen, ontstaat in de praktijk discussie over de omvang en waardering van dit voordeel. Het kabinet onderzoekt op welke wijze het rentevoordeel het beste kan worden berekend en belast.
Het winstinkomen van de bv wordt op reguliere wijze belast met vennootschapsbelasting en – op termijn – met inkomstenbelasting. Het kabinet acht deze structuur ongewenst en werkt aan een aanpak. Een van de opties die wordt onderzocht, is het uitsluiten van ondernemersfaciliteiten (zoals de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling) voor de dga die via een dergelijk samenwerkingsverband winst uit onderneming geniet.
Het doel hiervan is een belastingvoordeel te behalen, bijvoorbeeld doordat die andere partij recht heeft op een verrekening, vrijstelling, teruggaaf of vermindering van dividendbelasting. Dividendstripping stond ook in eerdere jaren al op de lijst van opmerkelijke belastingconstructies.
Het kabinet heeft in de afgelopen jaren diverse maatregelen genomen om dividendstripping tegen te gaan (zie ook ons artikel over het Belastingplan 2024). In 2025 zijn daarnaast vier mogelijke aanvullende maatregelen aan de Tweede Kamer gepresenteerd. De uitwerking daarvan wordt naar verwachting dit voorjaar via een internetconsultatie voorgelegd. Op basis van de consultatiereacties kan worden besloten of verdere maatregelen nodig zijn.
Volgens het kabinet stimuleert deze drempel het zogenoemde ‘opknipgedrag’, waarbij met vreemd vermogen gefinancierde investeringen over meerdere vennootschappen worden verdeeld. Hierbij wordt onder meer gewezen op vastgoed-bv’s. Eerdere voorstellen om dit tegen te gaan zijn niet ingevoerd. Inmiddels is onderzocht welke antimisbruikmaatregelen andere EU landen hanteren. Op basis daarvan verkent het kabinet drie beleidsopties om opknipgedrag tegen te gaan. Het streven is om de Tweede Kamer hierover in april 2026 te informeren.
Voordelen uit een lucratief belang worden in beginsel belast in box 1. Onder voorwaarden kan worden gekozen voor belastingheffing in box 2, door het lucratief belang in te brengen in een kapitaalvennootschap, zoals een bv. Deze vennootschap moet de voordelen vervolgens voor ten minste 95% doorstoten naar de aandeelhouder in privé.
Naar aanleiding van een motie om private equitymanagers zwaarder te belasten, is in het Belastingplan 2026 voorgesteld de effectieve belastingdruk op middellijk (via een kapitaalvennootschap) gehouden lucratieve belangen te verhogen tot maximaal 36%. De inwerkingtreding hiervan is uitgesteld tot 1 januari 2028. Volgens de Voorjaarsnota biedt dit uitstel ruimte voor een meer fundamentele herziening van de lucratiefbelangregeling, waarbij onder meer wordt gekeken naar verdere inbedding in de loonbelasting.
Heeft u vragen of wilt u sparren over de mogelijke gevolgen voor uw situatie? Neem dan contact op met uw BDO adviseur.
Nieuwsgierig naar de belangrijkste voorstellen op belastinggebied? Lees hier meer
1. Nieuw: papieren schenkingen
Bij een papieren schenking schenkt (meestal) een (groot)ouder een geldbedrag aan een (klein)kind, zonder dat dit bedrag direct wordt overgemaakt. De schenker blijft het bedrag schuldig en keert dit doorgaans pas later uit, vaak bij overlijden. Over het schuldig gebleven bedrag betaalt de schenker jaarlijks rente.Door deze constructie kan het (klein)kind vaak (een deel van) de schenkbelastingvrijstelling en het lage schenkbelastingtarief benutten. De jaarlijks ontvangen rente wordt fiscaal niet aangemerkt als een aanvullende schenking en is daardoor niet belast met schenkbelasting.
Bij overlijden staat de schuld aan het (klein)kind nog open. Deze schuld verlaagt de nalatenschap, waardoor doorgaans minder erfbelasting verschuldigd is. Ook de betaalde rente verkleint de nalatenschap.
Het kabinet onderzoekt twee maatregelen om papieren schenkingen minder aantrekkelijk te maken:
- verlaging van de rente door aanpassing van de vaste rekenregels (forfaits);
- het belasten van de (terug)betaling van de schuld – tijdens leven of bij overlijden – tegen het tarief dat ook bij een erfenis geldt.
2. Nieuw: leningen met onzakelijke voorwaarden (onzakelijke lening)
Wanneer iemand privé geld uitleent zonder rente, of tegen een rente die te laag is in verhouding tot het gelopen risico, kan de Belastingdienst dit (deels) aanmerken als een schenking aan de lener. De schenkbelasting wordt dan berekend op basis van forfaitaire rekenregels. Daardoor kan de fiscale waardering afwijken van het daadwerkelijke economische voordeel.Indien een dergelijke lening met een te lage rente wordt verstrekt aan een bv om (indirect) de aandeelhouder te bevoordelen, ontstaat in de praktijk discussie over de omvang en waardering van dit voordeel. Het kabinet onderzoekt op welke wijze het rentevoordeel het beste kan worden berekend en belast.
3. Samenwerkingsverbanden tussen IB-ondernemer en eigen bv
In de praktijk komt het voor dat een directeur-grootaandeelhouder (dga) met zijn eigen bv een samenwerkingsverband aangaat. Hierdoor wordt de arbeid van de dga niet belast als loon uit dienstbetrekking, maar als winst uit onderneming. Dit maakt het mogelijk gebruik te maken van ondernemersfaciliteiten, waardoor de belastingdruk afneemt.Het winstinkomen van de bv wordt op reguliere wijze belast met vennootschapsbelasting en – op termijn – met inkomstenbelasting. Het kabinet acht deze structuur ongewenst en werkt aan een aanpak. Een van de opties die wordt onderzocht, is het uitsluiten van ondernemersfaciliteiten (zoals de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling) voor de dga die via een dergelijk samenwerkingsverband winst uit onderneming geniet.
4. Dividendstripping
In de praktijk bestaan structuren die via een samenstel van transacties zijn gericht op het ontwijken van dividendbelasting. Deze structuren staan bekend als dividendstripping. Daarbij blijft het economische belang bij de aandelen bij de oorspronkelijke aandeelhouder, terwijl de juridische eigendom tijdelijk wordt overgedragen aan een andere partij.Het doel hiervan is een belastingvoordeel te behalen, bijvoorbeeld doordat die andere partij recht heeft op een verrekening, vrijstelling, teruggaaf of vermindering van dividendbelasting. Dividendstripping stond ook in eerdere jaren al op de lijst van opmerkelijke belastingconstructies.
Het kabinet heeft in de afgelopen jaren diverse maatregelen genomen om dividendstripping tegen te gaan (zie ook ons artikel over het Belastingplan 2024). In 2025 zijn daarnaast vier mogelijke aanvullende maatregelen aan de Tweede Kamer gepresenteerd. De uitwerking daarvan wordt naar verwachting dit voorjaar via een internetconsultatie voorgelegd. Op basis van de consultatiereacties kan worden besloten of verdere maatregelen nodig zijn.
5. Generieke renteaftrekbeperking in de vennootschapsbelasting en ‘opknipgedrag’
In de vennootschapsbelasting geldt een generieke renteaftrekbeperking, die onder omstandigheden de aftrek van het saldo aan renten beperkt. Dit saldo (rentekosten minus rentebaten) is niet aftrekbaar voor zover het meer bedraagt dan € 1 miljoen of – indien hoger – 24,5% van de gecorrigeerde winst (fiscale EBITDA). Het saldo aan renten tot € 1 miljoen blijft altijd aftrekbaar. De regeling geldt per belastingplichtige, zoals een bv of nv.Volgens het kabinet stimuleert deze drempel het zogenoemde ‘opknipgedrag’, waarbij met vreemd vermogen gefinancierde investeringen over meerdere vennootschappen worden verdeeld. Hierbij wordt onder meer gewezen op vastgoed-bv’s. Eerdere voorstellen om dit tegen te gaan zijn niet ingevoerd. Inmiddels is onderzocht welke antimisbruikmaatregelen andere EU landen hanteren. Op basis daarvan verkent het kabinet drie beleidsopties om opknipgedrag tegen te gaan. Het streven is om de Tweede Kamer hierover in april 2026 te informeren.
6. Lucratief belang
Met name in de private equitysector kunnen managers via hun beloningsstructuur hoge rendementen behalen die niet in verhouding staan tot het geïnvesteerde kapitaal of het gelopen risico. Voor dergelijke beloningsstructuren is enkele jaren geleden de lucratiefbelangregeling ingevoerd.Voordelen uit een lucratief belang worden in beginsel belast in box 1. Onder voorwaarden kan worden gekozen voor belastingheffing in box 2, door het lucratief belang in te brengen in een kapitaalvennootschap, zoals een bv. Deze vennootschap moet de voordelen vervolgens voor ten minste 95% doorstoten naar de aandeelhouder in privé.
Naar aanleiding van een motie om private equitymanagers zwaarder te belasten, is in het Belastingplan 2026 voorgesteld de effectieve belastingdruk op middellijk (via een kapitaalvennootschap) gehouden lucratieve belangen te verhogen tot maximaal 36%. De inwerkingtreding hiervan is uitgesteld tot 1 januari 2028. Volgens de Voorjaarsnota biedt dit uitstel ruimte voor een meer fundamentele herziening van de lucratiefbelangregeling, waarbij onder meer wordt gekeken naar verdere inbedding in de loonbelasting.
Wat betekenen deze voorstellen voor u(w organisatie)?
De nadere uitwerking van veel voorstellen wordt pas op een later moment verwacht. Daarnaast blijft het onzeker of de voorstellen uiteindelijk – en in de huidige vorm – worden aangenomen. Toch kan het verstandig zijn om waar mogelijk nu al rekening te houden met de aangekondigde wijzigingen.Heeft u vragen of wilt u sparren over de mogelijke gevolgen voor uw situatie? Neem dan contact op met uw BDO adviseur.
Nieuwsgierig naar de belangrijkste voorstellen op belastinggebied? Lees hier meer


