Overnames worden in veel gevallen met vreemd vermogen gefinancierd. Door het aangaan van een fiscale eenheid tussen de overnameholding en de werkmaatschappij kunnen de rentekosten effectief worden afgezet tegen de belastbare winsten van de werkmaatschappij. Deze overnameroute is door de wetgever uitdrukkelijk bedoeld. Echter, door overnames met excessief veel vreemd vermogen te financieren wordt de Nederlandse belastinggrondslag te zeer uitgehold. Om deze excessieve renteaftrek tegen te gaan, is vanaf boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2012 de renteaftrek beperkt tot de winst van de overnameholding zelf.
Of nauwkeuriger gezegd: de winst van de overgenomen werkmaatschappij kan niet worden benut voor de rente op de overnamefinanciering. Een niet aftrekbaar deel van de rente mag in het volgende jaar worden afgetrokken, mits in dat jaar voldoende eigen winst aanwezig is bij de overnameholding. De aftrekbeperking geldt zowel voor rente op groepsleningen als op bankleningen. Indien de rente (nog) niet aftrekbaar is, heeft dat veel invloed op de cash flow en verhoogt dat de effectieve rentekosten. De wetgever wil alleen de grote overnames met excessieve vreemd vermogenfinanciering aanpakken. Daarom is rente tot een bedrag van € 1 miljoen sowieso aftrekbaar. Ook blijft de renteaftrek in stand voor zover na de overname sprake is van een gezonde financiering (EV/VV 1:2). In de regeling voor juridische fusie en juridische afsplitsing zijn vergelijkbare regelingen opgenomen.
De nieuwe maatregel geldt niet indien de overname en de voeging in de fiscale eenheid heeft plaatsgevonden vóór 2012. Bestaande financieringen blijven dus zoveel mogelijk buiten schot. Ook kan dit reden zijn om nog in 2011 een geplande overname én voeging af te ronden.
Onder meer de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs heeft zich kritisch uitgelaten over de voorgestelde regeling en heeft een alternatief voorstel gedaan. In dat alternatieve voorstel wordt per overname gekeken of deze bovenmatig is gefinancierd met vreemd vermogen. In de nota naar aanleiding van het verslag is aangegeven dat de staatssecretaris positief tegenover dit voorstel staat. De parlementaire behandeling zal uitsluiting moeten geven of dit alternatieve voorstel door de politiek wordt omarmd.
Deelnemingsrente
In het Belastingpakket 2012 is nog niet de reparatie van het zogenoemde Bosal-gat opgenomen. Deze aanpassing is wel aangekondigd en ziet op het beperken van de aftrek van rente die verband houdt met de financiering van deelnemingen. De reparatie moet mede de tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting op woningen gaan dekken. Als er meer bekend is over de deelnemingsrente informeren wij u hier uiteraard over.
Objectvrijstelling vaste inrichtingen en buitenlandse onroerende zaken
Internationaal opererende ondernemingen met een vaste inrichting (filiaal) in het buitenland kunnen eventuele buitenlandse verliezen in mindering brengen op hun Nederlandse winst. Winsten zijn in beginsel vrijgesteld. Wel moeten de verliezen worden ingehaald, zodat de verliesverrekening als het ware wordt teruggenomen. Deze systematiek heeft als voordeel dat buitenlandse verliezen dus direct in aanmerking genomen kunnen worden. Bij buitenlandse dochtervennootschappen (deelnemingen) kan dat niet. Slechts bij liquidatie van een buitenlandse deelneming kan eventueel een liquidatieverlies genomen worden. Om een vaste inrichting en een deelneming meer gelijk te behandelen, wordt een objectvrijstelling ingevoerd voor vaste inrichtingswinst. Dat betekent dat buitenlandse winst, maar ook verliezen, niet in Nederland in aftrek kunnen komen. Net als bij deelnemingen blijft het mogelijk om bij ‘liquidatie van de vaste inrichting’ het per saldo geleden verlies in aftrek te brengen.
De maatregel gaat in op 1 januari 2012. Voor ondernemingen met inhaalverliezen (of stallingswinst) blijven de huidige regels gelden.
Wat hiervoor is gemeld over vaste inrichtingen geldt op vergelijkbare wijze voor winsten en verliezen uit buitenlandse onroerende zaken.
Voor u als ondernemer betekent de maatregel dat u wellicht de ondernemingsstructuur opnieuw tegen het licht moet houden. Daarnaast is 2011 het laatste jaar waarin u nog kunt profiteren van de huidige systematiek. Dus heeft u (latente) buitenlandse verliezen, overweeg dan om deze nog in 2011 te realiseren.
Extra aftrek voor innovatie: R&D-aftrek
De overheid stimuleert bedrijven te investeren in Research & Development (R&D). Per 1 januari 2012 komt er daarom een derde fiscale faciliteit bij: de R&D-aftrek (RDA). Deze extra fiscale aftrek geldt voor kosten of uitgaven (investeringen) die direct toerekenbaar zijn aan speur- en ontwikkelingswerk, met uitzondering van loonkosten. De hoogte van de RDA wordt bepaald door de grondslag - bestaande uit de R&D-kosten (niet-loonkosten) en R&D-investeringen - te vermenigvuldigen met een RDA-percentage. Zowel grondslag als percentage zullen nog definitief worden ingevuld. Het RDA-percentage voor 2012 wordt thans voorzien op 40%. Dit vertaalt zich - uitgaande van een marginaal tarief in de vennootschapsbelasting van 25% - in een netto voordeel van 10% in 2012. Met de RDA creëert Nederland een sterk en compleet pakket van fiscale maatregelen om R&D-activiteiten van bedrijven in Nederland te stimuleren: de R&D-loonkosten via de S&O-afdrachtvermindering, de overige R&D-kosten en -investeringen via de RDA en de innovatiewinsten via de innovatiebox.
Om van de RDA gebruik te kunnen maken geldt een aantal administratieve aspecten, waaronder het hebben (of verkrijgen) van een WBSO-beschikking (S&O-verklaring). Naast de S&O-verklaring zal het Agentschap NL (dat valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) de hoogte van de direct aan speur- en ontwikkelingswerk toerekenbare kosten en investeringen vaststellen. Vervolgens wordt hiervan een bepaald percentage genomen en de uitkomst daarvan wordt vastgesteld in een beschikking: de RDA-beschikking. De RDA-beschikking kan eenvoudig worden verzilverd door het bedrag van de beschikking als aftrekpost op te nemen in de fiscale winstberekening.
De RDA wordt structureel gefinancierd uit het omzetten (afschaffen) van specifieke subsidies. Uit eerdere publicaties gaat het hier om innovatiemiddelen uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES).
TIP
Overweeg of u bepaalde R&D-kosten en/of R&D-investeringen uit kunt stellen tot na 1 januari 2012.
Ondernemersfaciliteiten
In het regeerakkoord is opgenomen dat er een nieuwe, geïntegreerde ondernemersfaciliteit komt gericht op het bevorderen van winstgevend ondernemerschap. Ook wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn van een zogenoemde Winstbox waarin ondernemingswinst eenvoudiger en naar een lager proportioneel tarief wordt belast. Dit zijn plannen voor de lange termijn. In het Belastingplan 2012 wordt slechts een eerste kleine stap gezet in het kappen in het woud van ondernemersfaciliteiten. De zelfstandige aftrek wordt een vast bedrag van € 7.280. De maximumdotatie aan de FOR wordt afgetopt op € 9.382. De tarieven blijven gelijk.
Een en ander betekent dat (op termijn) de rechtsvorm van uw onderneming wellicht fiscaal niet meer optimaal is en opnieuw bekeken moet worden. Ook nu is het echter goed om te bekijken of uw rechtsvorm fiscaal nog past. Uw onderneming(swinst) verandert immers voortdurend. En ook de juridische wetgeving wijzigt veelvuldig. De Tweede Kamer heeft op 4 oktober 2011 bijvoorbeeld het wetsvoorstel Flex-BV aangenomen op grond waarvan de regels rondom BV’s ingrijpend wijzigen.