Op 1 januari 2012 maar ook de volgende jaren wijzigen de fiscale regels met betrekking tot personeel op een aantal punten. Een belangrijke wijziging betreft de werkkostenregeling. Deze regeling die op 1 januari 2014 verplicht is voor alle werkgevers is het afgelopen jaar versoepeld en een stuk aantrekkelijker gemaakt. Daarnaast verdwijnt op 1 januari 2012 de spaarloonregeling en komt ook de levensloopregeling ten einde. De levensloop- en spaarloonregeling worden vervangen door de zogeheten vitaliteitsregeling.
Werkkostenregeling
In hoofdlijnen ziet de nieuwe werkkostenregeling er als volgt uit. Nog slechts zes soorten kostenvergoedingen zijn specifiek belastingvrij te vergoeden:
- reiskosten, zowel zakelijk als woon-werk;
- tijdelijke verblijfkosten;
- studiekosten, outplacement, vakliteratuur en contributies (bepaalde vakverenigingen);
- extraterritoriale kosten;
- zakelijke verhuiskosten;
- kosten EVC-procedure.
Daarnaast zijn vergoedingen voor intermediaire kosten (zoals parkeerkosten en het wassen van de auto van de zaak) onbelast.
Het aantal forfaitaire waarderingsregels voor loon in natura (bijvoorbeeld voor maaltijden op de werkplek) wordt verminderd. Personeelsfeesten buiten de werkplek zijn niet meer belastingvrij. Voor werkgevers die niet overstappen op de werkkostenregeling geldt dat de vrijstelling is beperkt tot een bedrag van € 454 per werknemer. Personeelskortingen zijn onder de nieuwe regels belast.
In de plaats van de vrijstellingen en lage waarderingsregels komt (naast de hiervoor genoemde vrijstellingen) een algemene vrijstelling van 1,4% van de loonsom voor alle andere personeelsvoorzieningen en de mogelijkheid personeelsvoorzieningen te belasten met een eindheffing van 80%.
De nieuwe regels hoeft u in 2012 nog niet toe te passen, maar het kan om verschillende redenen interessant zijn dat wel te doen. In een aantal gevallen pakt de nieuwe vrijstelling zeer gunstig uit en zijn er ook forse tariefvoordelen te behalen met de nieuwe eindheffing van 80%. Hoe dan ook is het verstandig om u in de nieuwe regels te verdiepen. Zoals hiervoor is vermeld, is de regeling per 2014 verplicht en een goede overstap vergt een gedegen voorbereiding.
Bent u al overgestapt? Kijk dan nog goed of er in december nog belastingvrije verstrekkingen en vergoedingen kunnen worden gegeven.
Uitgebreid dienstenpakket rond werkkostenregeling
Inventariseer uw arbeidsvoorwaarden om de gevolgen van dit ingrijpende voorstel voor uw organisatie in beeld te krijgen. Maak een start met de vormgeving van de nieuwe arbeidsvoorwaarden en reglementen. Deze procedures nemen namelijk doorgaans veel tijd in beslag. BDO heeft een
uitgebreid dienstenpakket rond de werkkostenregeling.
Vitaliteitspakket
Arbeidsparticipatie moet worden bevorderd. Dat betekent niet alleen dat (meer) werken meer moet gaan lonen. Het betekent ook dat burgers in staat moeten worden gesteld om te investeren in duurzame inzetbaarheid en om werk op flexibele wijze te combineren met andere activiteiten. Het vitaliteitspakket leidt ertoe dat vier fiscale regelingen worden afgeschaft:
- de arbeidskorting voor ouderen (m.i.v. 2012);
- de doorwerkbonus (m.i.v. 2013);
- de spaarloonregeling (m.i.v. 2012);
- de levensloopregeling (m.i.v. 2012).
Tegenover de vier afgeschafte regelingen staan twee nieuwe fiscale regelingen. Er komt vanaf 2013 een werkbonus om 62-plussers te stimuleren om te blijven werken. De werkbonus bedraagt € 3.000 en is meer gericht op 62-plussers met lage inkomens. Het kabinet voert daarnaast met ingang van 2013 een regeling voor vitaliteitssparen (flexsparen) in waarmee werkenden beter dan nu naar eigen inzicht hun inkomen over hun werkzame leven kunnen spreiden. Deze regeling voor vitaliteitssparen biedt personen met een arbeidsinkomen (werknemers, IB-ondernemers en resultaatgenieters) namelijk de mogelijkheid om fiscaal gefacilieerd te sparen. De stortingen zijn fiscaal aftrekbaar in box 1 en er wordt pas belasting geheven bij de opname van het tegoed.
Het maximaal fiscaal gefacilieerd op te bouwen vermogen bedraagt in totaal € 20.000 (bruto). De jaarlijkse inleg is maximaal € 5.000.
Mensen kunnen zelf bepalen waaraan het tegoed wordt besteed. Het vitaliteitssparen werkt voor mensen het beste uit in de situaties die volgens het Regeerakkoord gestimuleerd dienen te worden. Bijvoorbeeld bij opname voor zorgverlof, studie en deeltijdpensioen waarbij sprake is van inkomensdaling.
Het kabinet stelt overgangsrecht voor dat opgebouwde rechten zoveel mogelijk respecteert. Het kan voordelig zijn om nog in 2011 te starten met een levensloopregeling of spaarloon.
TIPS
Beoordeel uw (gebruikelijk) loon Als DGA wordt u geacht minimaal een gebruikelijk loon te genieten. Een gebruikelijk loon bedraagt minimaal € 41.000 of het loon van de meestverdienende werknemer zonder aanmerkelijk belang. Indien u aannemelijk maakt dat in het economische verkeer soortgelijke werknemers minder verdienen, kan het gebruikelijk loon gesteld worden op dat lagere salaris. Indien soortgelijke werknemers meer verdienen dan wordt het salaris gesteld op ten minste 70% van dat bedrag (maar ten minste € 41.000). Bij éénmans/vrouws-BV’s kan het gebruikelijk loon bij de DGA ook wel worden vastgesteld volgens de afroommethode. Dat wil zeggen dat het gebruikelijk loon gesteld wordt op het bedrag van de winst van de BV, na aftrek van kosten en een winstopslag.
Omdat loon (maximaal 52%) veelal hoger belast wordt dan winst in de BV (de gecombineerde vennootschapsbelasting en inkomstenbelastingdruk bedraagt 40%-43,75%) is het nuttig om jaarlijks te bekijken of uw loon naar beneden kan worden bijgesteld. Bent u minder gaan werken, bestaat het vermoeden dat op de arbeidsmarkt thans lagere lonen worden betaald of is uw onderneming ingekrompen, dan is er vermoedelijk geld te verdienen met een herijking van het gebruikelijk loon.
Stop met pensioen opbouwen Een goed pensioen is een groot goed. Het geeft financiële rust als u als DGA stopt met werken. Het is dan ook zaak om zorgvuldig om te gaan met uw opgebouwde pensioenrechten in uw pensioen-BV. Ook nabestaanden pensioen moet uiteraard goed geregeld zijn. Een oudedagsvoorziening hoeft echter niet per se via een pensioen plaats te vinden, maar kan ook plaatsvinden via het opbouwen van vermogen. Vanuit fiscaal perspectief is pensioen minder aantrekkelijk indien u bij uitkering van het pensioen 52% belasting betaalt. Ingehouden winst kent immers een belastingdruk van 40%-43,75%. Heeft u voldoende pensioen opgebouwd, dan kan het voordelig zijn om daarmee te stoppen. Raadpleeg wel de BDO-pensioenspecialist, want de pensioen-wet- en regelgeving zijn uiterst ingewikkeld.
Maak uw decemberuitkering belastingvrij Ook in moeilijkere tijden vinden ze plaats. Bonussen en andere extra uitkeringen aan personeel dat zich verdienstelijk heeft gemaakt in het afgelopen jaar. Vaak zijn deze uitkeringen helaas bruto, terwijl in veel gevallen de uitkeringen ook geheel of gedeeltelijk belastingvrij hadden kunnen zijn als werkgever en werknemer afspreken dat de bonus wordt uitgekeerd als onbelaste kostenvergoeding. Voor bijvoorbeeld reiskosten en voldoende zakelijk gebruikte privé-internetaansluitingen en -telefoons. Uiteraard voor zover dergelijke vergoedingen nog niet zijn verstrekt.
Snel nog even storten op de spaarloonrekening: bruto = netto De spaarloonregeling wordt per 1 januari 2012 afgeschaft. Het opgebouwde saldo valt in 2012 in het geheel onbelast vrij. Het is echter ook toegestaan om het opgebouwde saldo te laten staan en gebruik te maken van de vrijstelling van € 17.025 in box 3 van de inkomstenbelasting zolang die van toepassing is (maximaal tot 2016). Door nog snel even te storten in 2011 kunt u dus snel een belastingvoordeel behalen. U spaart namelijk uit uw brutoloon (in 2011) en kunt het netto (in 2012) genieten. Bruto wordt netto!
U kunt alleen gebruik maken van de spaarloonregeling indien u in 2011 niet meedoet met de levensloopregeling. In de nota naar aanleiding van het verslag heeft de staatssecretaris van Financiën op vragen van de leden van de fracties van de ChristenUnie en het CDA gezegd, dat deze ‘snelle spaarloonroute’ budgettair uit de hand loopt, hij maatregelen zal treffen.
Overweeg deelname aan de levensloopregeling Iedere werknemer - dus ook de directeur-aandeelhouder die in dienst is bij zijn eigen BV - kan deelnemen aan de levensloopregeling. Met die regeling kan per jaar maximaal 12% van het brutoloon belastingvrij worden gespaard. De levensloopregeling wordt afgeschaft per 2012. Echter voor iedereen die eind 2011 minimaal € 3.000 levenslooptegoed heeft, blijft de levensloopregeling bestaan. Dit is in het kader van het Pensioenakkoord aangekondigd. Overweeg daarom om ervoor zorg te dragen eind 2011 minimaal € 3.000 levenslooptegoed te hebben. Wie meedoet aan de spaarloonregeling in 2011, kan niet meedoen met de levensloopregeling.
Kies de juiste auto De bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak gaat door de aanscherping van de CO2-grenzen veranderen. De verschillende bijtellingspercentages (0%, 14%, 20% en 25%) blijven tot 2016 vooralsnog in stand. Tot 1 juli 2012 blijven de huidige CO2-grenzen voor het 14%-bijtellingspercentage en het 20%-bijtellingspercentage gedurende de gebruikelijke leaseperiode (60 maanden) echter van toepassing voor auto’s die voor 1 juli 2012 op naam zijn gesteld en al aan de werknemer ter beschikking zijn gesteld. Daarna worden deze grenzen jaarlijks per 1 januari voor het 14%-tarief en het 20%-tarief neerwaarts bijgesteld. Na de gebruikelijke leaseperiode wordt aan de hand van de dan geldende criteria vastgesteld onder welke bijtelling de auto valt.
Benut nu nog de 30%-regeling Voor uit het buitenland geworven werknemers met een specifieke schaarse deskundigheid, geldt dat onder bepaalde voorwaarden 30% van hun loon onbelast kan worden genoten. De achtergrond is dat daaruit de extra kosten die deze buitenlandse werknemers hebben (extraterritoriale kosten), kunnen worden betaald. Ook grensarbeiders én Nederlanders die meer dan tien jaar in het buitenland hebben gewerkt en terugkeren naar Nederland kunnen van de 30%-regeling gebruik maken.
De 30%-regeling wordt aangescherpt. Er gaat naast het vereiste van schaarse deskundigheid een salarisnorm gelden. Deze salarisnorm sluit aan bij het inkomenscriterium uit de kennismigrantenregeling (€ 50.519 (bedrag 2011)). Ook komen remigranten pas in aanmerking voor de 30%-regeling indien zij meer dan 25 jaar in het buitenland hebben gewerkt. Grensarbeiders kunnen vanaf 1 januari 2012 pas gebruik maken van de 30%-regeling indien zij meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens wonen. De regeling wordt wel versoepeld voor buitenlandse promovendi van jonger dan 30 jaar. Reeds afgegeven beschikkingen worden gerespecteerd.
Bent u voornemens om een werknemer met een schaarse deskundigheid uit het buitenland te verwerven, dan is het aan te raden om dit nog in 2011 te doen. Met name indien deze uit de grensstreek met Duitsland of België komen. Zeker in het laatste land zijn er immers niet zo heel veel plekken die meer dan 150 km van de Nederlandse grens liggen. Jonge promovendi kunt u beter laten wachten tot volgend jaar.
Afdrachtvermindering onderwijs BBL en uitzenden/detacherenEr wordt geregeld dat wanneer de inhoudingsplichtige en het erkende leerbedrijf niet dezelfde entiteit zijn, de inhoudingsplichtige alleen gebruik kan maken van de afdrachtvermindering onderwijs voor beroepsbegeleidende leerweg ingeval er een overeenkomst van opdracht bestaat tussen de inhoudingsplichtige en het erkende leerbedrijf waarin onder meer is vastgelegd dat het voordeel van de afdrachtvermindering toekomt aan het leerbedrijf. De regeling (beperking) gaat alleen gelden voor contracten die na 31 december 2011 worden afgesloten.