Naar aanleiding van het arrest dat het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU) op 29 november 2011 heeft gewezen (National Grid Indus C-371/10), heeft de staatssecretaris thans een wetsvoorstel tot wijziging van de Invorderingswet (Wet uitstel van betaling exitheffi ngen) bij de Tweede Kamer ingediend.
National Grid Indus
In het arrest van 29 november 2011 besliste het HvJ EU dat het vaststellen van de belastingschuld en het opleggen van een belastingaanslag op het moment van vertrek van een vennootschap uit Nederland is toegestaan. Voorwaarde hierbij is wel dat de vertrekkende vennootschap de mogelijkheid moet krijgen om de op het moment van vertrek vastgestelde belastingschuld direct te betalen dan wel dat de betaling wordt uitgesteld tot het moment van realisatie van de betreffende vermogensbestanddelen.
Besluit 14 december 2011 (nr. BLKB 2011/2477M)
Naar aanleiding van eerdergenoemd arrest heeft de staatssecretaris in december 2011 reeds een besluit uitgebracht. In dit besluit werd kort gezegd de mogelijkheid geboden om de betaling van een op het moment van emigratie ontstane belastingschuld uit te stellen tot het moment van realisatie van de betreffende vermogensbestanddelen. Het uitstel van betaling werd echter alleen verleend indien er zekerheden werden verstrekt. Tevens is er invorderingsrente verschuldigd over het bedrag waarvoor uitstel van betaling is verzocht. Voor een uitgebreide behandeling van dit besluit verwijzen wij naar onze nieuwsbrief van
januari 2012.
Wetsvoorstel
Het door de staatssecretaris ingediende wetsvoorstel tot wijziging van de Invorderingswet (Wet uitstel van betaling exitheffi ngen) heeft een ruimere reikwijdte dan het eerder uitgevaardigde besluit. Het wetsvoorstel ziet op exitheffi ngen in de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting. Het is niet alleen van toepassing bij emigratie van een vennootschap en/of vermogensbestanddelen naar een andere lidstaat van de EU of EER, maar ook bij bedrijfsfusies,juridische fusies en juridische splitsingen waarbij vermogensbestanddelen worden overgebracht naar andere lidstaten van de EU of EER.
Het wetsvoorstel regelt dat onder voorwaarden niet direct hoeft te worden afgerekend over (fi scale) reserves en meerwaarden in vermogensbestanddelen van de emigrerende vennootschap. Afrekening vindt pas plaats op het tijdstip van realisatie. Onder tijdstip van realisatie wordt verstaan het moment dat het vermogensbestanddeel wordt verkocht of door het gebruik ervan (realisatie door afschrijving). Volgens de staatssecretaris zou immers, indien de vermogensbestanddelen in Nederland zouden zijn gebleven, door de lagere afschrijving op basis van de boekwaarde, gedurende het gebruik van het bedrijfsmiddel voor het verwerven van winst, het verschil tussen de boekwaarde en de waarde in het economisch verkeer worden gerealiseerd. Wij hebben echter onze twijfels over de juistheid van deze zienswijze.
Het uitstel van betaling eindigt in de volgende gevallen:
- ingeval de belastingschuldige niet meer woont of is gevestigd in een lidstaat van de EU of EER;
- indien niet meer wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden;
- ingeval er niet meer voldoende zekerheid is gesteld;
- indien het voordeel waarop het uitstel betrekking heeft zou zijn genoten als men in Nederland belastingplichtig zou zijn gebleven.
Betaling in tien jaarlijkse termijnen
Naast de mogelijkheid tot direct afrekenen en uitstel van betaling wordt in het wetsvoorstel ook nog de mogelijkheid geboden om de belastingaanslag in tien jaarlijkse termijnen te betalen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van de aanslag en de volgende termijnen steeds een jaar later. Bij deze mogelijkheid hoeft er geen jaarlijkse fi scale balans en resultatenrekening aan de Belastingdienst te worden verstrekt en ook geen overzicht van de vermogensbestanddelen waarvoor het verleende uitstel van betaling moet worden beëindigd. De administratieve verplichtingen zijn dus minder dan bij de andere vorm van uitstel van betaling. Wel dienen er zekerheden te worden gesteld en zal er invorderingsrente verschuldigd zijn.
Het wetsvoorstel treedt op 1 januari 2013 met terugwerkende kracht tot en met 29 november 2011 in werking. Neem voor meer informatie contact op met de
BDO Vakgroep EU-recht of met Niek de Haan van Internation Tax Services via telefoonnummer 020 - 543 21 00. Dit artikel is ook verschenen in de
nieuwsbrief EU-recht van juni 2012. U kunt zich kosteloos aanmelden voor deze nieuwsbrief
via eu-recht@bdo.nl