Mevrouw X was firmant in een v.o.f. die een autoschadeherstelbedrijf dreef. De andere firmanten waren haar echtgenoot en haar zoon. De echtgenoot en de zoon verrichten, samen met het personeel, de schadeherstelwerkzaamheden. Mevrouw X verrichte ondersteunende werkzaamheden en deed de schadecalculaties. Hof Arnhem besliste dat de schadecalculaties geen ondersteunende werkzaamheden waren en dus in principe meetelden voor het urencriterium (en daarmee indirect voor de zelfstandigenaftrek). Mevrouw X had echter niet aannemelijk gemaakt dat die werkzaamheden meer dan 30% van haar totale werkzaamheden uitmaakten. De zelfstandigenaftrek werd derhalve geweigerd.
Deze feitelijke uitspraak maakt wederom duidelijk dat bij firma’s tussen echtgenoten beide echtgenoten een zelfstandige ondernemersrol moeten vervullen om de fiscale faciliteiten die gekoppeld zijn aan het urencriterium te kunnen benutten. Bij het Belastingplan 2012 is overigens de motie Braakhuis aangenomen waarin wordt voorgesteld om alternatieven te onderzoeken voor de koppeling van de zelfstandigenaftrek en het urencriterium. Denk daarbij aan alternatieven waarbij de zelfstandigenaftrek wordt gekoppeld aan een omzet- of winstcriterium. Of het zover komt, is niet duidelijk. Bij het bespreken van de fiscale agenda zal hierover duidelijkheid worden gegeven.