Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud

 

 Contact

 
  • Branchegroep Zorg
    (088) 236 48 03
 

 Nieuws

 
 

 Links

 
 

 Publicaties

 
 

 Evenementen

 
Home/Home/Nieuws/Nu al voorbereiden: overstap van AWBZ naar WMO

Nu al voorbereiden: overstap van AWBZ naar WMO

20 februari 2012
“De transitie van AWBZ-begeleiding naar de WMO lijkt nog ver weg, maar zorginstellingen doen er goed aan zich nu al grondig voor te bereiden.” Dat adviseren Chris van den Haak en Gerard van Ruth, accountants van de BDO Branchegroep Zorg. De overgang heeft grote invloed op de geldstromen én brengt nieuwe risico’s maar ook kansen. De eerste veranderingen beginnen al eind dit jaar.

De twee doen hun oproep vanwege de kabinetsplannen om dagbesteding en begeleiding over te hevelen van de AWBZ naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). “Reden daarvoor is dat deze functies het best dichtbij de cliënt geregeld kunnen worden”, legt Van den Haak uit, voorzitter van de BDO Branchegroep Zorg. “De gemeenten, die de Wmo uitvoeren, staan dichterbij de cliënt en kunnen meer maatwerk leveren, zo is de redenering.”
 

Eerste stappen al vanaf 1 januari 2013

Mensen die nu begeleiding krijgen vanuit de AWBZ, krijgen die zorg vanaf 1 januari 2014 van de gemeente, via de Wmo. Het gaat hier om begeleiding van:
  • mensen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking;
  • ouderen met somatische of psychogeriatrische problemen;
  • volwassenen met psychiatrische problemen;
  • jeugdigen met psychiatrische problemen in combinatie met opvoed- en opgroeiproblemen.
“Dat lijkt nog ver weg,” tipt Van Ruth, “maar al vanaf 1 januari 2013 worden gemeenten verantwoordelijk voor nieuwe aanvragers, voor cliënten van wie de indicatie afloopt in 2013 en voor cliënten die een nieuwe indicatie nodig hebben omdat hun situatie is veranderd.”
Bovendien wil het kabinet ook alle extramurale AWBZ-jeugdzorg decentraal onderbrengen in de Wmo. “Dit moet in 2016 rond zijn, maar ook hier worden de veranderingen al vanaf 1 januari 2013 merkbaar”, aldus Van den Haak. Het betreft hier vanaf 2013 tevens de groep licht verstandelijk gehandicapten (lvg) jongeren en kinderen met Jeugd-GGZ-problematiek die de begeleiding nu via de AWBZ krijgen. De onderdelen van de jeugdzorg (provinciale jeugdzorg inclusief jeugdbescherming en jeugdreclassering, jeugd lvg-zorg, jeugd GGZ, gesloten jeugdzorg) worden vanaf 2014 gefaseerd overgeheveld naar de gemeenten in het kader van de stelselherziening jeugd.
 

Gevolg: verschuiving geldstromen, meer risico

Ingrijpende veranderingen, met mogelijk grote gevolgen voor zorginstellingen. Van Ruth: “In de eerste plaats verschuiven de geldstromen: de vergoedingen komen niet langer via de zorgkantoren maar via de gemeenten.” Hoe gemeenten exact met de verstrekking van de vergoedingen zullen omgaan, is nog de vraag. Temeer nu veel lokale overheden de komende jaren financiële problemen krijgen door lagere inkomsten uit projectontwikkeling, grondbanken en de lagere bijdrage uit het gemeentefonds. “Daarnaast kun je niet uitsluiten dat er grote verschillen optreden tussen de gemeenten onderling”, waarschuwt Van Ruth. “Als zorginstelling krijg je dus niet alleen te maken met meer partijen, maar ook met meer onzekerheid over het vergoedingenbeleid. Daardoor nemen de administratie en de exploitatierisico’s toe.”
 

Reden voor tijdige actie: vier tips

Vanwege de grote impact drukt de BDO Branchegroep Zorg de klanten nu al op het hart om zich voor te bereiden. Dat gebeurt aan de hand van vier (niet limitatieve) concrete tips.

Stap 1: Begin tijdig met lobbyen. “Hier gaat het erom contact te leggen met de juiste personen bij de gemeenten in je werkgebied”, adviseert Van den Haak. “Zo kun je de meerwaarde van je activiteiten laten zien en duidelijk maken hoe je de gemeente ‘ontzorgt’. Bottom line komt het erop neer dat je een goed (business)plan moeten maken om de gemeente te bedienen. Inclusief helder zicht op je mogelijke concurrenten en de verschillende kostprijzen.”

Stap 2: Maak de kosten flexibel.
“Dit is belangrijk om tijdig te kunnen bijsturen met je tarieven”, benadrukt Van Ruth. “Daarbij gaat het naast personele kosten ook om bijvoorbeeld vervoerskosten. Er zijn gemeentes die overwegen om het vervoer zoveel mogelijk te combineren. Wat betekent het zorginhoudelijk als kinderen of ouderen hierdoor uit hun vertrouwde omgeving komen.” Het flexibel maken van kosten is vanuit de bestaande exploitatie lang niet zo eenvoudig als het lijkt. Mogelijke manieren zijn het delen van eventuele vastgoedrisico’s met corporaties en het in toenemende mate werken met flexcontracten voor het personeel. Dit staat op een aantal punten weer op gespannen voet met de behoefte aan kwaliteit en continuïteit.”

Stap 3: Maak op tijd heldere afspraken. “Met name afspraken over de verantwoording zijn belangrijk,” legt Van Ruth uit, “omdat je hiermee de basis legt voor soepele samenwerking. Naast operationele zaken zijn hier vooral ook de financiële afspraken belangrijk. Wij adviseren altijd om aan te dringen op uniformiteit c.q. aansluiting bij huidige verantwoordingssystematiek.”

Stap 4: Check de administratiesystemen! “De veranderingen hebben ook veel effect op de interne cliënt- en productieadministratie”, aldus Van den Haak. “Daarom is het zaak om tijdig te controleren of de aanwezige systemen geschikt zijn voor deze nieuwe wijze van afhandeling. Bieden ze genoeg flexibiliteit voor het werken met meerdere tarieven en zorgverzekeraars, ook bij ‘overloop’ naar andere jaren. En zo nee, welke aanpassingen zijn er nodig?”
Invoering van de nieuwe regels gaat niet van vandaag op morgen. Daardoor lijkt het onderwerp nog niet heel urgent. “Maar ook de aanpassing van de werkwijze en de goede voorbereiding vergen tijd”, waarschuwt Van den Haak. “Ons advies: denk er nu al goed over na en begin zo snel mogelijk. En: kijk niet alleen naar de risico’s maar ook naar de kansen die deze ontwikkeling biedt.”
 

Meer weten?

Mocht u naar aanleiding van deze publicatie nog vragen hebben en/of meer informatie wensen, neem dan contact op met Gerard van Ruth of Chris van den Haak van de BDO Branchegroep Zorg: 088 - 236 48 03 of via zorg@bdo.nl.

Bron :
 BDO Branchegroep Zorg