Het komt in de praktijk regelmatig voor dat een groepsvennootschap een garantie afgeeft aan een andere vennootschap in de groep. Vaak kan deze vennootschap door de afgegeven garantie tegen een lagere rente geld lenen. De garantie levert in zo'n geval een voordeel op. Bij veel ondernemingen komt de vraag op of de verstrekker van de garantie recht heeft op een vergoeding en hoe hoog deze moet zijn. Aandacht voor een zakelijke garantieovereenkomst is belangrijk, omdat de fiscus in de praktijk hierop vaak controleert.
Is er sprake van een dienst?
Als een dochtervennootschap door een garantie van de moedervennootschap goedkoper geld bij de bank kan lenen, levert de garantie een voordeel op. Dit rentevoordeel hangt dan samen met de betere financiële positie van de moedervennootschap. Er is vanuit transfer pricing perspectief sprake van een dienst. Door het verstrekken van de garantie neemt de moedervennootschap risico. Het is dan ook logisch dat ze hiervoor een vergoeding wenst te ontvangen.
Onlangs heeft Rechtbank Haarlem in een casus geoordeeld over een garantieovereenkomst tussen Nederlandse filialen (vaste inrichtingen) van twee (buitenlandse) zustervennootschappen. Er was geen garantievergoeding afgesproken. Een van de zustervennootschappen verkeerde in een slechte financiële positie. De kans was zeer groot dat ze niet aan haar verplichtingen richting de bank zou kunnen voldoen. In dat geval zou de andere zustervennootschap moeten bijspringen vanwege de afgegeven garantie. De rechtbank oordeelde dan ook dat een zakelijk handelende garantieverstrekker in zo'n geval risico neemt. Het afzien van een garantievergoeding was vanuit transfer pricing perspectief dan ook onzakelijk. In casu accepteerde de inspecteur de afwaardering van de vordering op de zustervennootschap daarom niet. Belanghebbende heeft hoger beroep aangetekend.
Bepalen van de hoogte van de garantievergoeding
Ook in Canada speelde onlangs een geschil over een garantievergoeding. Het ging om een Canadese dochtervennootschap, die aan haar Amerikaanse moedervennootschap een garantievergoeding van 1% (100 basispunten) betaalde. De Canadese fiscus vond deze garantievergoeding onzakelijk en weigerde de aftrekpost. De Canadese rechter was het hier niet mee eens.
Er zijn verschillende manieren om een garantievergoeding te bepalen. In dit geval keek de Canadese rechter naar de rentebesparing, die de garantie opleverde. De rentebesparing geeft een indicatie van de maximale garantievergoeding. De Canadese rechtbank stelde vast dat de schuldenaar zonder de garantie een lagere kredietwaardigheid had. De rating werd ingeschat op BBB-/BB+.
Door de garantie van de moedervennootschap (kredietwaardigheidsrating: AAA) verbeterde de kredietwaardigheid van de dochtervennootschap (rating: AAA). Het verschil in kredietwaardigheid leverde een rentebesparing op van 1,83% (183 basispunten). De rechter vond dan ook dat de Canadese dochtervennootschap niet teveel aan haar Amerikaanse aandeelhouder betaalde. De Canadese dochter mocht de garantievergoeding dan ook in haar aangifte winstbelasting als aftrekpost nemen.
Meer informatie over deze rechtzaak is te vinden in de
speciale transfer pricing nieuwsbrief.
Contactgegevens
Het transfer pricing team van BDO Accountants en Belastingadviseurs B.V. in Rotterdam kan behulpzaam zijn bij het onderbouwen van een zakelijke garantiebeloning. Neem voor meer informatie contact op met Norbert Rosmalen (010 24 24 600) of Marco van Erp (010 24 24 600).
Nieuwsbrief
De transfer pricing specialisten van BDO geven regelmatig een nieuwsbrief uit. U kunt deze in de toekomst rechtstreeks ontvangen door u aan te melden via
transferpricing@bdo.nl.