|
Het verhalen van (kleine) belastingschulden wordt eenvoudiger voor Belastingdienst
|
|
Formeel belastingrecht
|
|
|
Sinds 1 november 2009 is het voor de Belastingdienst eenvoudiger geworden om belastingschulden te verhalen op natuurlijke personen tot en met een bedrag van € 1000,-. Dit komt door het nieuwe invorderingsmiddel “de overheidsvordering”.
Als een belastingplichtige een belastingaanslag niet betaalt, stuurt de Belastingdienst een aanmaning. Indien de belastingaanslag daarna nog niet wordt voldaan, wordt een dwangbevel aan de belastingschuldige uitgereikt. Wanneer na uitreiking van het dwangbevel nog geen betaling plaatsvindt, komt de overheidsvordering om de hoek kijken. Hierbij zal de bank op vordering van de Belastingdienst geld van de rekening van de belastingschuldige afschrijven en op de rekening van de Belastingdienst bijschrijven.
Exacte moment van vordering niet bekend Als u een belastingschuld heeft en de Belastingdienst maakt gebruik van de overheidsvordering, dan wordt u daar vooraf niet over geïnformeerd. U zult hierover wel binnen zeven werkdagen na afschrijving van het openstaande bedrag een brief van de Belastingdienst ontvangen. Verder zal uw bank op uw bankafschrift melding maken van de betreffende invordering. De overheidsvordering wordt weliswaar uitgevoerd na het uitblijven van een betaling na betekening van het dwangbevel, maar het exacte moment waarop de overheidsvordering plaatsvindt is niet bekend. Hierdoor kan het voorkomen dat een belastingschuldige denkt voldoende saldo te hebben om een betaling te kunnen doen, maar dat dit saldo is verminderd door uitvoering van de overheidsvordering.
Vordering kan alleen op betaalrekening Deze wijze van invorderen van belastingschulden kan uitsluitend worden uitgevoerd op betaalrekeningen, en niet op spaarrekeningen of tegoeden op creditcards. De bank is verplicht om aan de overheidsvordering te voldoen. De totale bestedingsruimte kan worden aangewend om de schuld in te vorderen. Dit houdt in dat het positieve saldo plus het bedrag dat de belastingschuldige eventueel rood kan staan, afgeschreven kan worden. Alleen als op de belastingschuldige de Wet schuldsanering natuurlijke personen van toepassing is, of wanneer deze in staat van faillissement verkeert, zal de overheidsvordering niet plaatsvinden.
De verwachting is dat dit invorderingsmiddel op grote schaal zal worden ingezet. In theorie is het mogelijk om tegen de uitgevoerde overheidsvordering in verzet te komen.
|
|
|
|
Bron: Ministerie van Financiën, Koninklijk besluit van 23 september 2009, Stb. 2009, 407
|
Datum: 3-11-2009 17:14
|
|
|
|
|