In het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2010 wordt de mogelijkheid tot navordering van inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting opgerekt. Navordering wordt mogelijk als de belastingaanslag, ten gevolge van een fout, voor de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar onjuist is vastgesteld dan wel achterwege is gebleven.
Het maakt niet uit wie de fout heeft gemaakt. Het hoeft de belastingplichtige ook niet kenbaar te zijn welke fout er precies gemaakt is. Als gevolg hiervan kan in de toekomst worden nagevorderd bij fouten in de aangifte of bij de geautomatiseerde verwerking van de aangifte.
De gemaakte fout moet redelijkerwijs kenbaar zijn voor de belastingplichtige. Het gaat er hierbij om dat de belastingplichtige met een gemiddelde kennis van en inzicht in het fiscale recht, als het ware in één oogopslag kan of heeft kunnen zien dat de aanslag niet juist is. Daarbij wordt de kennis en wetenschap van een belastingadviseur aan de belastingplichtige toegerekend.
Indien de belastingplichtige in redelijkheid kan menen dat de aanslag op goede gronden tot een te laag bedrag is vastgesteld, is geen sprake van een kenbare onjuistheid. De verruimde navorderingsmogelijkheid is ook niet van toepassing als de inspecteur de aanslag onjuist vaststelt als gevolg van een verwijtbaar onjuist inzicht in de feiten of in het recht.
Navordering op grond van het kenbaarheidsvereiste is alleen mogelijk binnen een termijn van twee jaar na het opleggen van de belastingaanslag. Dit is een afwijkende termijn ten opzichte van de normale navorderingstermijn van vijf jaar.
Indien de geheven belasting ten minste 30 procent minder is dan de daadwerkelijke belastingschuld, is de onjuiste vaststelling van de aanslag naar de mening van het kabinet altijd redelijkerwijs kenbaar. Het leveren van tegenbewijs is in dat geval niet mogelijk. In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel wordt wel aangegeven dat het niet de bedoeling is dat de fiscus op grote schaal geringe bedragen gaat navorderen. In navolging daarop heeft de Staatssecretaris besloten om een doelmatigheidsgrens in te voeren. Als het inkomen waarover nog niet is geheven minder dan € 1.000 bedraagt, wordt geen navorderingsaanslag opgelegd. Deze grens geldt echter alleen voor deze specifieke navordering.
De wijziging van de navorderingsregeling zal gaan gelden ten aanzien van belastingaanslagen of beschikkingen die zijn vastgesteld of genomen op of na de datum van inwerkingtreding van de wetswijziging.