Nederland
Voor vrij ondernemen
Skip Navigation Links Terug naar BDO HomeEnglish versionSitemapUw winkelwagen
Skip Navigation Links
InloggenExpand Inloggen
Skip Navigation Links
Hoge Raad beperkt de berekening van heffingsrente: laat dit voordeel niet ontgaan  
 

Op 25 september 2009 heeft de Hoge Raad een voor de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting belangrijk arrest gewezen over de heffingsrente. Tot aan dit arrest werd heffingsrente in rekening gebracht tot de dagtekening van het aanslagbiljet. Het arrest is alleen van toepassing op te betalen heffingsrente.

De Belastingdienst heeft al enkele jaren als speerpunt een snelle afwikkeling van belastingaangiften. Daarvoor is intern beleid opgesteld. Dit beleid houdt in dat de Belastingdienst er naar streeft om binnen een termijn van drie maanden na het indienen van de aangifte een voorlopige of de definitieve aanslag op te leggen. In de praktijk lukt dit de fiscus echter lang niet altijd. Ten aanzien van de heffingsrente rees vervolgens de vraag of de berekening hiervan beperkt zou moeten blijven tot diezelfde drie maanden na het indienen van de aangifte. De wetgeving op dit gebied is helder, de berekening van de heffingsrente loopt door tot de dagtekening van de (voorlopige) aanslag. Het beperken van de heffingsrente kon alleen door het expliciet verzoeken om een voorlopige aanslag. Het indienen van een aangiftebiljet werd niet gezien als een dergelijk verzoek.

De belastingplichtige die in deze casus heeft geprocedeerd vond de wettelijke regeling zozeer in strijd met het beleid van de fiscus, dat hij tot aan de Hoge Raad zijn grieven heeft voorgelegd. En met succes! In deze casus diende de belastingplichtige een aangiftebiljet over 2003 in op 30 juni 2004. Hij verzocht niet om het opleggen van een voorlopige aanslag, dus de heffingsrente werd overeenkomstig de wet berekend tot de dagtekening van de aanslag, zijnde 15 april 2005. De Belastingdienst heeft niet binnen drie maanden na het indienen van het aangiftebiljet een (voorlopige) aanslag opgelegd.

De Hoge Raad concludeerde dat als alleen naar de wet gekeken wordt, de heffingsrente terecht berekend is. Maar op grond van het beleid van de Belastingdienst had de inspecteur binnen drie maanden na het indienen van het aangiftebiljet (dus uiterlijk op 30 september 2004) een (voorlopige) aanslag op moeten leggen. In dat geval moet, aldus de Hoge Raad, de einddatum voor de berekening van de heffingsrente op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel worden vastgesteld op 30 september 2004. Dit is slechts anders indien en voorzover de overschrijding van de termijn van drie maanden niet aan de fiscus te wijten is.

Indien u een aanslag met te betalen heffingsrente heeft ontvangen die niet is opgelegd binnen drie maanden na het verzenden van de aangifte kan bezwaar gemaakt worden tegen de beschikking heffingsrente. Dit geldt alleen voor aanslagen waarvan de bezwaartermijn nog niet is verstreken en voor aanslagen die na de datum van het arrest (25 september 2009) worden opgelegd.

Wilt u meer weten, neem dan contact op met een van adviseurs bij u in de buurt.

Bron:
arrest Hoge Raad 25 september 2009, nr. 07/13362, te raadplegen op o.a. www.rechtspraak.nl 
Datum:
29-9-2009 11:09