Nederland
Voor vrij ondernemen
Skip Navigation Links Terug naar BDO HomeEnglish versionSitemapUw winkelwagen
Skip Navigation Links
InloggenExpand Inloggen
Skip Navigation Links
Fulltime baan en ook fulltime ondernemer(sfaciliteiten)  
 
De ondernemer die in aanmerking wil komen voor de fiscale faciliteiten voor zelfstandigen – zoals de MKB-winstvrijstelling, de zelfstandigenaftrek, de starteraftrek, de meewerkaftrek, de fiscale oudedagsreserve – moet aan het urencriterium voldoen. Hij moet aantonen dat hij per jaar meer dan 1.225 uren besteedt aan werkzaamheden voor zijn onderneming. Is de ondernemer geen starter meer, dan geldt een zwaardere eis. De ondernemer moet dan niet alleen 1.225 uren voor de onderneming hebben gewerkt, maar ook tenminste de helft van zijn totale werktijd. Die extra eis maakt een combinatie met fulltime dienstbetrekking problematisch. Maar niet onmogelijk, zo blijkt uit een recente uitspraak van Hof Den Haag.

A was in 2002 en 2003 fulltime werkzaam in dienstbetrekking. Daarnaast was hij ondernemer. Hij exploiteerde een buurtcentrum, dat gebruikt werd voor kaart- en soosavonden. A had in zijn aangiften over 2002 en 2003 de zelfstandigenaftrek geclaimd en het maximaal toegestane bedrag aan fiscale oudedagsreserve toegevoegd. De inspecteur had die aangiften gevolgd, A’s belastbare inkomen over 2002 en 2003 was zonder correcties vastgesteld. Na een boekenonderzoek kwam de inspecteur daar op terug. Toen hem duidelijk werd dat A in die jaren fulltime in loondienst gewerkt had, corrigeerde de inspecteur alsnog de zelfstandigenaftrek en de toevoeging aan de fiscale oudedagsreserve. Dat resulteerde in navorderingsaanslagen over 2002 en 2003. Volgens de inspecteur had A niet overtuigend aangetoond dat hij in beide jaren meer dan de helft van zijn totale arbeidstijd aan de onderneming had besteed. Rechtbank Den Haag was het met de inspecteur eens, maar Hof Den Haag niet.

Hof Den Haag besliste dat A wel aan het urencriterium voldeed. Uit zijn urenadministratie bleek dat hij 36,25 uur per week in loondienst was, en daarnaast per week 5 uur reistijd had en 42 uur voor zijn onderneming werkte. Daarmee had A aannemelijk gemaakt dat hij meer dan de helft van zijn totale arbeidstijd aan de onderneming had besteed. Het Hof vernietigde de navorderingsaanslagen.

Wie schrijft, die blijft. Dat blijkt maar weer. Belanghebbende had een goede urenadministratie en die is beslissend voor de bewijsvoering. Al met al kwam belanghebbende met zijn baan en zijn onderneming wel aan een fors aantal werkuren per week, maar misschien dat zijn onderneming niet het uiterste van hem vergde. Of dat zijn werkgever hem voldoende mogelijkheden bood om in loondienst tot rust te komen. Daarvan blijkt niets uit de procedure, en dat is fiscaal ook niet van belang. De wet stelt een eis in uren en niet dat al die uren even druk en zinvol worden benut.

(Bron: Hof Den Haag 3-3-2009, nr. 07/00380, Fida 20091344
Bron:
Hof Den Haag 3-3-2009, nr. 07/00380, Fida 20091344
Datum:
14-5-2009 11:06